
Je rijdt naar het eerste nationale park. Bij de gate regelt je gids het papierwerk, jij staat even uit de auto, en dan gaat de slagboom omhoog.
Wat je daarna ziet hangt af van twee dingen: welke parken in je route staan, en in welke maand je gaat. Deze pagina zet de dieren in Tanzania op een rij zoals wij ze in de praktijk tegenkomen, van wat je elke dag ziet tot waar je geluk voor nodig hebt. De wildlife hier is groter dan de Big Five, en het beste ervan is vaak niet het zeldzaamste.
[Bouwer: hier de inhoudsopgave met ankerlinks naar de acht koppen hieronder.]
Het korte antwoord
Het meeste zie je zonder enige moeite. Voor een handvol dieren heb je de goede route en de goede maand nodig. En voor een paar heb je geluk nodig, of een plan.
- Zeker: zebra, gnoe, giraf, impala, Thomson-gazelle, wrattenzwijn, olifant, buffel, bavianen
- Waarschijnlijk, afhankelijk van je route: leeuw, nijlpaard, krokodil, hyena, jakhals, mangoest, dik-dik, flamingo
- Geluk of een plan: luipaard, cheetah, neushoorn, serval, chimpansee
Wat je zeker ziet
Dit is waar je dagen uit bestaan. Niet uit de vijf dieren van de posters, maar uit deze negen, uren achter elkaar, tot je ze begint te herkennen aan hoe ze bewegen.
Zebra. Ze staan overal, en ergens op dag twee begin je te zien dat geen twee strepenpatronen hetzelfde zijn. In de grote trek lopen ze vaak vóór de gnoes, want zij eten het langere en taaiere gras en laten het korte over.
Gnoe. In de trek met honderdduizenden tegelijk, de rest van het jaar in kleinere groepen verspreid over de vlakte. Ze zien eruit alsof ze uit reserveonderdelen zijn gebouwd, en ze leggen elk jaar honderden kilometers af.
Giraf. Let op het moment dat hij drinkt. Hij zet zijn voorpoten ver uit elkaar, laat zijn kop twee meter zakken, en kijkt daarvoor eerst minutenlang rond. Dat is het kwetsbaarste moment van zijn dag en dat weet hij.
Impala. Ze staan in elke berm en daarom kijk je er op dag drie overheen. Kijk toch nog even: de drie zwarte strepen op het achterwerk vormen van achteren een M, en gidsen noemen ze daarom de McDonald's van de savanne.
Thomson-gazelle. Kleiner, met een zwarte band over de flank, en vrijwel altijd in beweging. Dit is het dier waar de cheetah van leeft, dus waar er veel staan, loont het om rond te kijken.
Wrattenzwijn. Rent weg met zijn staart recht omhoog als een antenne, en dat beeld neemt iedereen mee naar huis. Grazen doet hij op zijn voorpoten, geknield, omdat zijn nek daar te kort voor is.
Olifant. In de grootste aantallen in Tarangire, in het droge seizoen langs de rivier. Een kudde is een familie onder leiding van de oudste koe. Als je de motor uitzet en blijft staan, lopen ze soms gewoon om de auto heen.
Buffel. In kuddes van honderden, en op de kraterbodem altijd. Meestal staan ze te herkauwen en te kijken, en dat kijken is waar ze om bekendstaan.
Bavianen. Bij de gates en de picknickplaatsen, en daar zijn ze brutaal. Laat niets los in de auto liggen als je uitstapt, ook geen dichte tas.
Na een week merk je dat je niet meer naar de zeldzaamheden zoekt maar naar gedrag. Twee zebra's die elkaars nek over de rug leggen om in twee richtingen te kunnen kijken. Een jonge olifant die zijn slurf nog niet onder controle heeft. Dat is wat mensen zich achteraf herinneren, en het staat op geen enkele verlanglijst.
Wat waarschijnlijk is, en waar het van afhangt
Deze dieren zie je meestal wel, en of je ze ziet hangt af van je route. De mits staat er per dier bij, en de tabel verderop laat zien wat dat voor jouw reis betekent.
Leeuw. Vrijwel zeker in de Serengeti en op de kraterbodem, veel minder vanzelfsprekend in de kleinere parken. Vroege ochtend en late middag, want overdag ligt hij in de schaduw.
Nijlpaard. Zeker als je route langs een hippo pool komt, en anders bijna nergens. Die poelen staan op vaste plekken, dus dit is puur een kwestie van of je erlangs rijdt.
Krokodil. Waar nijlpaarden liggen, liggen ook krokodillen. Ze hebben goede schutkleuren en ze bewegen uren niet, dus je ziet ze pas als je gids ze aanwijst.
Hyena. Veel vaker dan mensen verwachten, en bijna altijd in de vroege ochtend. Ze zijn geen aaseter die van anderen leeft, ze jagen zelf ook, en op de kraterbodem leven er honderden.
Jakhals. In de open vlakte, vaak alleen of met z'n tweeën, en meestal in beweging. Waar een jachtpartij is geweest, is hij in de buurt.
Mangoest. In groepjes langs de kant van de weg, en ze rennen weg zodra je stopt. Kinderen vinden dit vaak het leukste dier van de dag.
Dik-dik. Piepklein, altijd in paren, en meestal in dichtere begroeiing. Als je er een ziet, kijk dan naar links en rechts, want de partner staat vrijwel altijd binnen een paar meter.
Flamingo. Hangt volledig van het water af, bij Lake Manyara en bij Natron. In een droog jaar staan ze er niet, en dat is niets wat iemand kan beloven.
Waar je geluk voor nodig hebt
Luipaard. Het moeilijkste van de grote katten om te vinden, en de Seronera-vallei in de Serengeti is de beste plek. Overdag ligt hij hoog in een boom en zie je hem alleen als iemand precies weet waar hij moet kijken. Meer hierover op de pagina over de Big Five.
Cheetah. Op de korte-grasvlaktes van Ndutu en de zuidelijke Serengeti, en in het groene seizoen is je kans het grootst. Waar hij zit, wanneer je moet gaan en hoe groot je kans werkelijk is, staat op de pagina over de cheetah.
Neushoorn. Dit is in Tanzania geen vanzelfsprekendheid, en dat hoor je liever hier dan van je gids op dag zes. Er leven er een paar honderd in het hele land, en er bestaat een geplande manier om er een te zien. Dat leggen we uit op de pagina over de Big Five.
Serval. Een slanke kat met lange poten en grote oren, die op knaagdieren jaagt in hoog gras. Je ziet hem het vaakst in de vroege ochtend in de Serengeti, en dan nog als een paar oren boven het gras. Meer over de serval.
Chimpansee. Alleen in het westen, in Gombe en Mahale aan het Tanganyikameer. Dat is een aparte reis en geen uitstapje vanaf de noordelijke route.
En de vogels
Met al die leeuwen en olifanten zou je ze bijna vergeten, en dat is onterecht. In Nederland komen ongeveer 250 vogelsoorten voor. In Canada, de Verenigde Staten en Mexico samen staan er 850 geregistreerd. In Tanzania zijn het er ruim duizend.
Je hoeft geen vogelaar te zijn om dat te merken. De eerste keer dat je gids stopt voor een bijeneter of een scharrelaar, snap je waarom.
Welk dier in welk park
Welke dieren je ziet, hangt af van welke parken in je route staan. Dit is de korte versie.
Park | Waar het om komt | Beste maanden |
Serengeti | de grote trek, leeuwen, cheetahs, en de luipaard bij Seronera | hangt af van waar de kuddes staan |
Ngorongoro-krater | veel dieren op weinig oppervlakte, en de neushoorn | het hele jaar |
Tarangire | olifanten in grote aantallen, tussen de baobabs | droge seizoen, juni tot oktober |
Lake Manyara | vogels, flamingo's en bosdieren | het hele jaar |
Ruaha en Nyerere | grote populaties en weinig andere mensen | droge seizoen |
Gombe en Mahale | chimpansees | droge seizoen |
Op een klassieke noordelijke route betekent dat ongeveer dit. In Tarangire draait het om olifanten, in de Ngorongoro-krater zie je het meeste op de kleinste oppervlakte, en in de Serengeti hangt alles af van waar de kuddes op dat moment lopen. Dieren in de Serengeti zijn daarom in februari iets anders dan in augustus, en dat is precies waarom wij elke route apart samenstellen.
De apen
Je komt ze overal tegen, en het zijn er meer soorten dan de meeste mensen verwachten.
De bavianen zie je bij de gates en de picknickplaatsen, in troepen van tientallen. Meerkatten met hun lichte gezicht zitten vaker in de bomen rond lodges en langs de rivieren. In de bosrijke gebieden zie je de zwart-witte colobus, met die lange witte mantel over zijn rug en een staart die eruitziet alsof hij geleend is.
En dan zijn er de chimpansees van Gombe en Mahale, aan de oever van het Tanganyikameer in het westen. Dat is geen dagtrip vanaf de noordelijke parken maar een eigen reis, en wie het doet komt daarvoor.
Wat je niet ziet
Geen stokstaartjes, die leven in zuidelijk Afrika. Geen gorilla's, die zitten in Rwanda en Oeganda. Geen tijgers, want die komen in heel Afrika niet voor.
De slangen, spinnen en insecten waar mensen naar vragen staan op de pagina over de enge beesten, en de meeste daarvan zie je ook niet.
De dieren op Zanzibar zijn een ander verhaal, met de rode colobus van Jozani als bekendste. Die staan bij Zanzibar.
Welke dieren je ziet hangt af van welke parken in je route staan en in welke maand je gaat. Dat is de reden dat wij elke route apart samenstellen en niet uit een rijtje kiezen. Vertel ons wat je wilt zien, dan zeggen we wat daarvoor nodig is.
[Bouwer: knop naar het contactformulier, en daaronder de regel naar /afspraak-plannen/.]











