Serengeti National Park

Grasvlaktes tot de horizon, de grootste leeuwenpopulatie van Afrika, en ruim een miljoen gnoes die achter de regen aan trekken. Het oudste park van Tanzania, groot genoeg om de drukte achter je te laten.

De Serengeti in het kort

Oppervlakte
14.763 vierkante kilometer, ongeveer een derde van Nederland

Waar Serengeti National Park om bekendstaat
De grote trek, de hoogste roofdierdichtheid van Afrika, eindeloze vlaktes

Serengeti National Park vanaf Arusha
Ongeveer 325 kilometer, zeven tot acht uur rijden, of 45 tot 90 minuten vliegen

Beste reistijd voor Serengeti National Park
Het hele jaar, en wanneer hangt af van wat je wilt zien

Wij raden aan
Minstens drie nachten, vier of vijf als je de tijd hebt

Waarom naar Serengeti National Park

Je rijdt Naabi Hill Gate door en na een paar kilometer houdt het landschap op met eindigen. Gras tot waar je kijkt, met hier en daar een acacia en een granieten rotseiland, en daarboven een lucht zonder rand. Siringitu noemden de Maasai het, de plek waar het land oneindig doorloopt, en pas als je er zelf staat begrijp je waarom.

Door dat landschap beweegt de grootste kuddetrek op aarde. Ruim een miljoen gnoes, tweehonderdduizend zebra's en honderdduizenden gazelles trekken in een kringloop achter de regen aan, het hele jaar door, van de zuidelijke vlaktes via het westen naar de rivieren in het noorden en weer terug. In februari worden op die zuidelijke vlaktes een half miljoen kalveren geboren, de meeste binnen twee tot drie weken. En van juli tot oktober staan de kuddes aan de oevers van de Mara, waar ze wachten tot er één de sprong waagt.

Waarom ze dat doen, zit in de bodem. De vlaktes in het zuidoosten liggen op een dunne laag vulkanische as uit de Ngorongoro-hooglanden, waardoor het gras kort is en rijk aan kalk en stikstof, precies wat een gnoekoe nodig heeft om te kalveren. Daarom komt de trek elk jaar terug, en daarom beweegt hij zoals hij beweegt.

Al dat wild trekt roofdieren aan, en de Serengeti heeft de grootste leeuwenpopulatie van Afrika, ongeveer drieduizend dieren. Daarnaast zo'n zevenduizendvijfhonderd hyena's, rond de duizend luipaarden en vijf- tot zeshonderd jachtluipaarden. Die aantallen vind je nergens anders bij elkaar.

En het park is oud. Het werd in 1951 het eerste nationale park van Tanzania en staat sinds 1981 op de werelderfgoedlijst van UNESCO.

Wat je in Serengeti National Park ziet

De Serengeti is het rijkste wildgebied van Tanzania, en de aantallen zijn echt. Wel is het goed om te weten wat gegarandeerd is en wat niet, want ook hier belooft de reiswereld soms te veel.

Wat je vrijwel zeker ziet

Gnoes, zebra's en gazelles, giraffen, buffels, olifanten, leeuwen en gevlekte hyena's. Verder impala's, topi's, kongoni's, waterbokken, wrattenzwijnen en bavianen. Bij de rivieren nijlpaarden en krokodillen.

Olifanten zijn hersteld van de stroperij van de jaren tachtig, met ruim vijfduizend dieren in het park geteld in 2014.

Voor vogelaars zijn er meer dan vijfhonderd soorten, waaronder vijf die alleen in Tanzania voorkomen. Het park heeft ook de grootste struisvogelpopulatie van het land.

Wat je met geluk ziet

Luipaarden, vooral in de Seronera-vallei en rond Lobo, waar ze in de bomen langs de rivier liggen. Jachtluipaarden, ook wel cheeta's, op de open vlaktes, waar ze het gras afzoeken vanaf een termietenheuvel. Verder servals, caracals, aardwolven, grootoorvossen en honingdassen.

En de trek zelf. Waar de kuddes staan, hangt af van de regen van die weken, dus welk deel van het park je in welke maand bezoekt, bepaalt je kans. Zit je op het goede moment in het goede gebied, dan sta je tussen tienduizenden dieren. Een rivieroversteek is nog iets anders, want die kan uren of dagen uitblijven, en die belooft niemand.

Waar je niet op moet rekenen

Zwarte neushoorns leven er nog wel, maar met minder dan zeventig dieren in het hele park, vooral rond de Moru Kopjes en alleen met een speciale permit te bezoeken. De Big Five compleet zien is dus geen realistische verwachting, en aanbieders die dat beloven, beloven te veel.

Wilde honden verdwenen in 1992 uit het park door ziekte en zijn sinds 2000 voorzichtig terug, maar ze blijven zeldzaam.

Waar je op moet letten

De granieten rotseilanden midden in de vlakte, kopjes genoemd, zijn de sleutel tot de katten. Ze houden regenwater vast in holtes, geven schaduw en uitzicht over het gras, en daarom liggen er leeuwen bovenop en luipaarden in de bomen eromheen. Ook klipspringers en klipdassen leven er, en die vind je nergens anders in het park. Rijd je langs een kopje, dan is het altijd de moeite om stil te staan en te kijken.

Serengeti National Park

Waar op safari in Serengeti

De Serengeti is zo groot en waar je slaapt bepaalt je hele safari. Seronera in het centrum heeft het hele jaar de meeste vaste dieren, met luipaarden in de riviervallei en leeuwen rond de kopjes, en het is ook het drukste deel. De zuidelijke vlaktes en Ndutu zijn de kalfgronden van januari tot maart, en daarbuiten grotendeels leeg. De westelijke corridor is bosrijker, met de kuddes die daar in mei en juni langstrekken. En in het noorden, bij Kogatende en Lamai, liggen de oversteekplaatsen aan de Mara Rivier, druk in augustus en september. En dan is er de oostflank, waar wij het liefst zitten. Rond Lobo liggen rollende heuvels met kopjes en bos, en water dat het hele jaar blijft. Het is het minst bezochte deel van het park, en een hele dag rijden zonder een ander voertuig tegen te komen is hier realistisch. Lobo Valley is samen met Seronera een van de weinige plekken in Oost-Afrika waar je een echte kans hebt op alle drie de grote katten, en van juli tot november komt de trek er langs.

Je gids maakt het verschil

In een park van bijna vijftienduizend vierkante kilometer bepaalt je gids waar je die dag bent en waar je dus niet bent. Onze gidsen rijden hier in elk seizoen. Ze weten waar de kuddes deze week zitten, welke kopjes leeuwen herbergen, en in welke bomen langs de rivier je op luipaarden moet letten. En ze weten wanneer het beter is om weg te rijden van een drukke waarneming en tien minuten verder alleen te staan.

Off-road rijden mag in het park niet, dus een goede gids stuurt op positie in plaats van op afsnijden. Hij plaatst de auto zo dat het licht goed valt en het dier naar je toe beweegt in plaats van van je weg.

Onze eigen kampen in het stille noorden

We boeken niet alleen kampen in de Serengeti, we hebben er twee van onszelf, en die staan er niet toevallig.

Na jaren reizigers door het park te hebben geleid, zagen we het centrale deel voller worden. Rijen jeeps bij één leeuw, kampen die uitgroeiden tot hotels. Daarom zijn we naar het noordoosten getrokken, naar de delen die de meeste reizigers overslaan, en hebben we daar in 2022 Kimbilio geopend. Kimbilio betekent veilige haven in het Swahili.

Kimbilio Lobo staat tussen de heuvels van de Lobo-vallei, waar het hele jaar door leeuwen, luipaarden en olifanten zitten omdat het water er blijft. Je hoeft daar dus niet op de trek te wachten voor een goede safari, en van juli tot november komen de kuddes er langs.

Kimbilio Bologonja staat dichter bij de Mara-rivier, op ongeveer een uur van de oversteekplaatsen, maar weg van de drukte bij Kogatende. In het oversteekseizoen rijd je daar naartoe, en 's avonds slaap je in een deel van het park waar bijna niemand komt.

Beide kampen zijn klein, acht tot tien tenten, op zonne-energie, met een eigen toilet en douche in de tent. Er werkt een vast team dat we zelf hebben opgeleid. Op TripAdvisor staat Kimbilio Lobo op vijf sterren uit meer dan veertig beoordelingen, met de hoogste cijfers voor de ligging, de schoonmaak en de service.

En je hoeft niet bij ons te slapen. We boeken net zo graag een lodge of een kamp van iemand anders, als dat beter bij je past of beter uitkomt met je route. 

De beste tijd om naar Serengeti National Park te gaan

Er is geen slechte maand in de Serengeti, want er zitten het hele jaar dieren. De vraag is niet wanneer het goed is, maar wat je wilt zien. Daarom zetten we het zo op een rij. De Serengeti trok in 2025 bijna vijfhonderdduizend bezoekers, en dat merk je op twee plekken, in Seronera en bij de oversteekpunten in augustus en september. Daarbuiten verdunt de omvang van het park de drukte snel. Lobo, Bologonja en de zuidelijke vlaktes buiten het kalfseizoen zijn stil, en daar sturen wij op.

Voor het kalveren, januari tot maart

De kuddes staan op de korte-grasvlaktes in het zuiden en rond Ndutu. Eind januari begint het kalveren, februari is de piek, en in maart blijven ze nog tot de vlaktes uitdrogen. Dit is de maand met de meeste roofdieractiviteit van het jaar, en tegelijk een relatief rustige periode qua bezoekers. Bij Ndutu mag off-road worden gereden, dus je komt hier dichter bij dan elders.

Voor de rivieroversteken, juli tot oktober

In juli schuiven de kuddes naar het noorden en kunnen de eerste oversteken bij de Mara beginnen. Augustus en september zijn de piek, met kuddes verdeeld over het noordelijke Serengeti en de Masai Mara, die soms meerdere keren heen en weer steken. In oktober begint de terugweg met nog late oversteken. Dit is ook het drukste seizoen, en bij de bekende oversteekpunten kunnen tientallen voertuigen staan.

Voor rust en groen, april, mei en november

April en mei zijn de lange regens, november de korte. Het landschap is dan op zijn groenst, er zijn weinig bezoekers, en de prijzen liggen twintig tot veertig procent lager. Wildkijken kan uitstekend zijn, want de dieren zijn er nog steeds. Wel worden de wegen in de westelijke corridor en bij Moru zwaar, en in april en mei kan een deel van de dag verregenen.

Voor de trek langs Lobo, oktober en november

De kuddes trekken via de oostkant van het park en Loliondo terug naar het zuiden, en dan komen ze langs de Lobo-vallei. Je zit dan bij de trek zonder in de drukte van het oversteekseizoen te zitten. Volgens de kampen in dat gebied is half september tot eind november er de sterkste periode.

Hoe lang blijven

Voor de Serengeti geldt een regel die voor geen ander park zo hard opgaat. Blijf langer op één plek dan je geneigd bent te doen.

Minstens drie nachten in één gebied geeft je twee volle dagen in het veld. Onder de twee nachten gaat te veel tijd op aan in- en uitchecken en aan rijden, en dat kost precies de vroege ochtenduren waarin de dieren actief zijn.

Vier of vijf nachten is wat we aanraden als dit je eerste safari is. Dan is er ruimte voor ochtend- en middagritten, en voor lang blijven staan bij iets bijzonders in plaats van doorrijden naar het volgende.

Vijf tot zes nachten als je de trek wilt volgen en meer dan één gebied wilt combineren, bijvoorbeeld centraal met het noorden in het oversteekseizoen, of Ndutu met het zuiden in het kalfseizoen.

En wie speciaal voor een oversteek komt, heeft marge nodig. Eén dag bij de rivier is een gok, drie nachten is een kans.

Rijden of vliegen

Op papier is het zeven tot acht uur van Arusha naar Naabi Hill Gate, en daar komt de rit naar je kamp nog bij. Maar zo rijdt niemand het, en wij plannen het ook nooit zo. Op een rondreis gaat het in etappes, met Tarangire of Lake Manyara onderweg, en een overnachting bij de krater. Dan is elke dag een safaridag in plaats van een rijdag, en kom je uitgerust in de Serengeti aan.

Een opzet die vaak goed werkt, is heen over de weg langs de andere parken, en vanuit de Serengeti uitvliegen. Je rijdt dan de route die de mooiste plekken onderweg meeneemt, en je hoeft aan het eind niet de hele weg terug. Vanaf een airstrip in het park vlieg je rechtstreeks naar Zanzibar of naar Kilimanjaro voor je terugvlucht.

Wil je alleen de Serengeti en niet de hele noordelijke route, dan vlieg je in en uit. Vanaf Arusha ben je in vijfenveertig tot negentig minuten bij een airstrip, en er liggen banen bij Seronera, Kogatende, Lobo, Klein's, Ndutu en in de westelijke corridor. Dat kost meer, en het levert je twee halve reisdagen op die je in het veld doorbrengt.

De wegen in het park zijn onverhard, en het hobbelen en het stof zijn de klacht die reizigers het meest noemen. Ook dat weegt mee in de keuze, zeker als je met kinderen reist of als lange ritten je zwaar vallen. We rekenen de opties graag voor je door.

Waar het past in je route

De Serengeti ligt aan het eind van de noordelijke route, en er zijn meer manieren om er te komen dan de meeste reizigers denken.

De klassieke rondreis gaat via Tarangire en Lake Manyara naar de Serengeti, en op de terugweg door de Ngorongoro-krater. Zo sluit je af met de krater, en dat is een sterk slot.

Wil je uitvliegen, dan draai je het om. Tarangire, Lake Manyara, de krater, de Serengeti, en vanaf een airstrip in het park rechtstreeks door naar Zanzibar of naar Kilimanjaro. Je hoeft dan niet dezelfde weg terug.

En er is een route die bijna niemand aanbiedt, via Lake Natron. Dan rijd je door het noorden van de Riftvallei, langs het sodameer met de flamingo's en de vulkaan Ol Doinyo Lengai, en kom je de Serengeti binnen via Klein's Gate in het noordoosten. Je begint dan in het stilste deel van het park in plaats van in het drukste.

Welke route bij je past, hangt af van je reisdatum, de tijd die je hebt en waar de kuddes dan zitten. Daar denken we graag over mee.

Waar je slaapt in Serengeti

Het aanbod loopt van openbare campsites tot heel luxe kampen, en de keuze hangt vooral af van waar je wilt zijn en wanneer.

Permanente tentenkampen en lodges staan op vaste plekken en zijn het hele jaar open. Ze zijn het sterkst waar ook buiten het trekseizoen dieren zitten, zoals Seronera, Lobo en het noorden.

Mobiele tentenkampen verhuizen een paar keer per jaar met de kuddes mee. In het kalfseizoen staan ze in het zuiden, in het oversteekseizoen in het noorden. Zo slaap je steeds waar de trek op dat moment is.

De concentraties liggen in Seronera het hele jaar, bij Kogatende en Lamai in het oversteekseizoen, en rond Ndutu in het kalfseizoen. Lobo heeft een paar kampen en een lodge, en dat is precies waarom het daar rustig is.

Veelgestelde vragen over Serengeti National Park

Zie ik de rivieroversteek?

Dat kan niemand beloven. De kuddes verzamelen zich aan de oever en kunnen daar uren of dagen blijven staan. Je kans wordt groter met meer nachten in de buurt van de rivier in augustus of september, en met een gids die weet waar ze zich ophouden. Wie voor de oversteek komt, moet marge in zijn programma inbouwen.

Wat kost een bezoek aan de Serengeti?

De toegang is zeventig dollar per volwassene per vierentwintig uur in het hoogseizoen, ongeveer tweeëntachtig dollar inclusief btw, en zestig dollar in het laagseizoen van half maart tot half mei. Slaap je in het park, dan komt er vijftig tot zestig dollar concessievergoeding per persoon per nacht bij. In het hoogseizoen kom je daarmee op ongeveer honderdzestig dollar per volwassene per etmaal, alleen aan parkkosten. Wij zetten die kosten altijd volledig in het voorstel.

Mag je off-road rijden?

Niet in het nationale park. Dat betekent dat een dier dat honderd meter van de weg ligt, op honderd meter blijft. In de Ngorongoro Conservation Area, waaronder Ndutu, mag het wel, en dat is een van de redenen dat je in het kalfseizoen dichter bij komt.

Kun je een nachtsafari doen?

Niet in het park. Nachtsafari's zijn wel mogelijk in de aangrenzende concessies en wildgebieden, zoals Grumeti, Ikoma en Loliondo. Wil je dat als onderdeel van je reis, dan plannen we een nacht in zo'n gebied.

Kun je een ballonvaart maken?

Ja. Je stijgt bij zonsopkomst op voor een vlucht van ongeveer een uur, met daarna ontbijt in de bush. Reken op zo'n zeshonderd dollar per persoon. De startplaatsen wisselen per seizoen, centraal en Seronera het hele jaar, Ndutu van eind december tot half maart, de westelijke corridor van juni tot oktober en het noorden van juli tot oktober.

Kun je in de Serengeti een bootsafari doen?

Nee, er is geen bevaarbaar water. Een bootsafari kan in Nyerere in het zuiden van Tanzania, of bij Lake Manyara in het noorden.

Kun je hier lopen?

Ja, met een verplichte gewapende ranger en in aangewezen gebieden, waaronder rond de Moru Kopjes. Het is een andere ervaring dan vanuit de auto, want je leert kijken naar sporen, planten en geluiden.

Is het er druk?

Op twee plekken, ja. In Seronera en bij de bekende oversteekpunten in augustus en september kunnen tientallen voertuigen bij één waarneming staan. Maar het park is bijna vijftienduizend vierkante kilometer, en daarbuiten is het snel stil. In Lobo en Bologonja is een hele dag rijden zonder een ander voertuig realistisch.

Ligt Ndutu in de Serengeti?

Nee, en dat verrast veel mensen. Ndutu, waar de gnoes kalveren, ligt in de Ngorongoro Conservation Area. Daar gelden andere tarieven, en daar mag off-road worden gereden. Dat maakt verschil voor je kosten en voor hoe dicht je bij het kalveren komt.

Is de Serengeti geschikt met kinderen?

Goed geschikt, mits je de afstanden meeneemt in de planning. De ritten zijn lang en de wegen hobbelig, dus vliegen naar een airstrip scheelt veel. Blijf langer op één plek, dan zit je minder in de auto. Kinderen onder de vijf betalen geen entree.

Serengeti in jouw Tanzania reis

Wat de Serengeti voor jou wordt, hangt af van wanneer je gaat, hoe lang je blijft en in welk deel je slaapt. Dat zijn drie keuzes die meer verschil maken dan welk kamp je boekt. Vertel ons wanneer je kunt en wat je het liefst wilt zien, dan denken we mee over het gebied, het aantal nachten en of vliegen de moeite is.

Andere parken in Noord-Tanzania

Een safari is bijna altijd een rondreis langs meerdere parken, met twee of drie nachten per plek. De Serengeti ligt aan het eind van de noordelijke route, na Arusha National Park, Tarangire, Lake Manyara en de Ngorongoro-krater. Elk park heeft zijn eigen karakter, en juist die afwisseling maakt de reis.

Tarangire National Park

Olifanten in families van tientallen tegelijk, tussen eeuwenoude baobabs. Het park waar de meeste reizigers hun safari beginnen.

Ngorongoro Krater

Ngorongoro krater

Een ingestorte vulkaan met duizenden dieren op de bodem, dicht bij elkaar. Een van de weinige plekken in Tanzania met zwarte neushoorns.

Lake Manyara

Klein en groen, met een meer vol flamingo's en dicht grondwaterbos bij de ingang. Een korte, afwisselende dag op weg naar de hooglanden.