Het park is een smalle strook, dus je rijdt hem in de lengte af. Direct achter de poort ligt het grondwaterbos, waar de bavianen, de apen en de bosbokken zitten en waar je de eerste olifanten kunt tegenkomen. Hier hangt ook de boomkroonwandeling.
Verderop, waar het bos overgaat in open terrein, ligt de nijlpaardenpoel bij de Simba-rivier, met watervogels eromheen. Daarachter liggen de oevervlaktes, het deel dat sinds de regens grotendeels onder water staat.
In het acaciabos zitten de olifanten en de giraffen, en hier is de kans op leeuwen het grootst. Diep in het zuiden liggen de warmwaterbronnen van Maji Moto, waar bijna niemand komt, al is dat deel bij hoog water niet altijd te bereiken.
De uitzichtpunten over het park liggen boven op de riftwand, buiten de parkgrens, waar ook een deel van de lodges staat. Vanaf daar zie je in één keer hoe de strook tussen wand en meer eruitziet.
De drukte zit in het noordelijke deel. Omdat vrijwel iedereen via dezelfde route rijdt, ontstaan er opstoppingen zodra er iets langs de weg staat.