Vogels in Tanzania | vreemde vogels
Safari Tanzania
Selma Kamm
Safari Tanzania
09/01/2026
6 min
0

Vogels in Tanzania

09/01/2026
6 min
0

Met al die leeuwen, olifanten en neushoorns zou je ze bijna vergeten. Ten onrechte. Op de Nederlandse lijst staan 545 vogelsoorten, waarvan er ongeveer tweehonderd hier broeden. In Tanzania staat de teller tussen de 1.139 en 1.180, afhankelijk van welke wereldlijst je aanhoudt. Tussen de 24 en 35 van die soorten komen nergens anders ter wereld voor, en ruim vijftig staan op de Rode Lijst.

Je hoeft er niets voor te doen. Zelfs op een korte safari rijd je langs meer soorten dan je thuis in een jaar ziet. Ngomi studeerde zoölogie en specialiseerde zich onder andere in vogels. Hieronder staan de vogels waar gasten het vaakst naar vragen, te beginnen met de vogel waar iedereen naar vraagt.

De blauwe vogel, welke bedoel je

Dit is de vraag die het vaakst terugkomt, en het antwoord hangt af van waar je stond.

Zat hij op een struik langs de weg, en vloog hij blauw op?

Dan was het de vorkstaartscharrelaar. Hij heet naar zijn lila borst, maar in de vlucht is die lila borst niet te zien en blijft er één blauwe flits over. Vandaar dat vrijwel iedereen hem de blauwe vogel noemt. Hij zit graag hoog op een dode tak in open savanne en laat een auto dicht naderen, wat hem ook de meest gefotografeerde vogel van Afrika maakt.

Kwam hij op je bord af tijdens de lunch?

Dan was het de driekleurglansspreeuw. Blauwgroen bovenlijf, oranjebruin onderlijf, een witte streep over de borst en lichte, roomwitte ogen. Hij is niet bang voor mensen en pikt graag brood van tafel. Reizigers noemen hem in hun eigen fotobijschriften letterlijk blue bird.

Zat hij bij water en was hij klein en fel?

Dan was het waarschijnlijk de malachietijsvogel.

Hoe je de twee scharrelaars uit elkaar houdt

Tussen oktober en april zit hier ook de Europese scharrelaar, dezelfde vogel die in Nederland ooit broedde. Die lijkt er sterk op. De vorkstaartscharrelaar heeft een lila keel en borst en twee lange staartpennen. De Europese scharrelaar is egaal blauw van kop tot buik, steviger gebouwd, en heeft een korte rechte staart.

Een valkuil: jonge vorkstaartscharrelaars hebben die lange staartpennen nog niet. Kijk dan naar de borst. Lila betekent vorkstaartscharrelaar, blauw betekent Europese scharrelaar.

Zeven vogels die Ngomi je aanwijst

Driekleurglansspreeuw (Lamprotornis superbus)

De meeste Afrikaanse spreeuwen zijn veelkleurig, en uitgerekend een van de mooiste zie je het vaakst. Hij heeft een blauwgroen bovenlijf, een oranjebruin onderlijf, een witte streep over de borst en roomwitte ogen. Die witte borststreep hebben alleen volwassen vogels. Lijkt je vogel erop maar heeft hij rode ogen, dan is het een Hildebrandts glansspreeuw. Is hij goudgeel van onderen, dan is het een koningsglansspreeuw.

Wat je aan tafel ziet is niet het hele verhaal. Een onderzoek dat veertig broedseizoenen volgde, van 2002 tot 2021, met meer dan twaalfduizend waarnemingen aan ruim vijfhonderd helpende vogels, liet zien dat driekleurglansspreeuwen langdurige banden onderhouden en ook groepsgenoten helpen waar ze niet mee verwant zijn, in de verwachting dat die hulp later wordt terugbetaald.

Vorkstaartscharrelaar (Coracias caudatus)

Lila borst, hemelsblauwe stuit en vleugels, blauwe kop met witte wenkbrauwen en twee lange staartpennen. Je ziet hem alleen of in paren op een uitkijkpost, speurend naar grote insecten en hagedissen.

De naam scharrelaar komt van zijn vlucht. Hij klimt, duikt met gesloten vleugels omlaag en rolt op topsnelheid een paar keer van links naar rechts, met harde rauwe roepen erbij. Dat doet hij in de balts, maar ook om zijn territorium te verdedigen en om nestrovers weg te lokken.

Lelieloper (Actophilornis africanus), ook bekend als Afrikaanse jacana

Kastanjebruin, met een witte hals, een gladde zwarte kruin en nek, een blauwe snavel en een voorhoofdsschild. Het opvallendst zijn zijn extreem lange tenen, waarmee hij over waterlelies en andere drijvende planten loopt alsof het vaste grond is. Vliegen doet hij weinig, en dan kort en laag over het water.

Het bijzonderste zit in zijn gezinsleven, dat omgekeerd is. Het vrouwtje is groter en dominant, verdedigt een groot territorium en paart met meerdere mannetjes tegelijk, die daarbinnen elk hun eigen stukje hebben. De eieren worden alleen door het mannetje uitgebroed, en hij voedt de kuikens ook alleen op. Bij hitte houdt hij de eieren niet warm maar beschaduwt hij ze juist.

Grijze kroonkraanvogel (Balearica regulorum)

Iets meer dan een meter hoog, blauwgrijs met zwarte, witte en kastanjebruine vleugeldelen, een zwartwitte kop, een rode lel en die onmiskenbare strokleurige stekelkuif. Hij foerageert op open grasvlakten door met zijn poten op de grond te stampen en zo insecten op te jagen.

Hij is de enige kraanvogel ter wereld die in bomen kan zitten en er ook slaapt, dankzij een lange achterteen waar de andere kraanvogels het mee moeten doen zonder. Niet de enige kraanvogel in Tanzania trouwens, want ook de lelkraanvogel komt hier voor, zij het zeldzaam.

De soort staat sinds 2012 als bedreigd op de Rode Lijst. In 1985 waren er wereldwijd meer dan honderdduizend, nu ligt de schatting een stuk lager. Verlies van wetlands, verstoring, eierroof voor de handel en aanvaringen met hoogspanningslijnen zijn de oorzaken.

Koritrap (Ardeotis kori)

Afrika’s zwaarste vogel die kan vliegen, en samen met de grote trap de zwaarste ter wereld. Het record staat op 18,14 kilo, een mannetje uit 1936. Mannetjes zijn 105 tot 135 centimeter lang, vrouwtjes ongeveer half zo zwaar. Donkerbruin bovenlijf, lichter onderlijf, een ruige grijze nek en lange poten.

Trappen lopen. Ze speuren met een statig pasje de vlakte af naar insecten, reptielen en kleine knaagdieren. Het mannetje valt in de balts op door zijn nekveren op te blazen als een ballon en zijn staart over zijn rug te krullen. Zenderonderzoek in de Serengeti liet zien dat de soort overwegend standvogel is, met lokale verplaatsingen die vooral de mannetjes maken.

Near Threatened op de Rode Lijst.

Afrikaanse maraboe (Leptoptilos crumenifer)

Een grote grijswitte ooievaar, herkenbaar aan de roze zak die aan zijn hals hangt. Dat is geen krop en er gaat geen voedsel in. Het is een luchtzak die via het linker neusgat in verbinding staat met de luchtwegen, en opgeblazen hangt hij vijfentwintig tot vijfendertig centimeter naar beneden. Hij gebruikt hem om te imponeren en als klankkast. In zijn nek zit nog een tweede, kleinere rode zak.

Maraboes leven in kolonies, eten aas en komen vaak samen met gieren op een karkas af. Kikkers en sprinkhanen gaan er ook in. Zijn spanwijdte is 2,25 tot 2,85 meter, en hij vliegt met ingetrokken hals zoals een reiger, net als zijn twee Aziatische verwanten.

Andere grote ooievaars bij het water zijn de zadelbekooievaar, met zijn zwart, rood en gele snavel, en de Afrikaanse nimmerzat.

Secretarisvogel (Sagittarius serpentarius)

Het lijf en de kop van een adelaar, grijs met zwarte vleugelpunten en een kale oranje kop, op poten die veel langer zijn dan bij welke roofvogel dan ook. Daardoor komt hij op ongeveer 1,20 meter. Hij jaagt te voet, vaak in paren, op open terrein, en doodt zijn prooi met zijn poten. Knaagdieren, grote insecten en reptielen, waaronder giftige slangen. Hoewel hij op de grond jaagt, kan hij prima vliegen, en ’s nachts slaapt hij in de top van een doornboom.

Die trap is gemeten. Bij één vogel kwam de piekkracht uit op ruim vijf keer zijn eigen lichaamsgewicht, overgebracht in vijftien milliseconden. Dat is korter dan een oogwenk, en het is ook de reden dat hij een trap niet halverwege kan bijsturen.

De secretarisvogel staat sinds 2020 als bedreigd op de Rode Lijst.

De flamingo’s van Lake Natron

Er is één plek in Oost-Afrika waar de kleine flamingo nog regelmatig broedt, en dat is Lake Natron, in het noorden van Tanzania onder de Ol Doinyo Lengai. Naar schatting driekwart van alle kleine flamingo’s ter wereld wordt daar geboren.

Dat het juist daar gebeurt, heeft alles te maken met hoe onherbergzaam het meer is. De vogels bouwen hun nesten op kleine zouteilandjes die alleen ontstaan bij een heel precieze waterstand. Staat het water te hoog, dan zijn er geen eilandjes. Staat het te laag, dan kunnen roofdieren er over de drooggevallen bodem naartoe lopen. Bij de juiste stand ligt er een gracht van bijtend, sterk alkalisch water omheen die de kuikens beschermt. Een groot broedseizoen komt ongeveer eens in de vijf jaar voor.

Het meer is sinds 2001 een beschermd Ramsar-gebied. Er lagen plannen om er op grote schaal soda te winnen, waar na een internationale campagne van afgezien is, maar die plannen zijn sindsdien meer dan eens teruggekomen.

De kleine flamingo staat als gevoelig op de Rode Lijst. Je ziet ze ook in de Ngorongoro-krater bij Lake Magadi, bij Lake Manyara en op de Momella-meren in Arusha National Park, in aantallen die per jaar sterk wisselen met de waterstand.

De gieren bij het karkas

Bij elk karkas zitten ze, en bijna niemand weet dat hij naar de meest bedreigde vogels van het continent kijkt. Vier van de gieren die je in Tanzania ziet, de witruggier, Rüppells gier, de witkopgier en de kapgier, staan als ernstig bedreigd op de Rode Lijst. De oorgier, de grootste van het stel, staat als bedreigd genoteerd.

Het gaat vooral mis door vergiftiging, en om twee verschillende redenen. Soms zijn gieren bijvangst, wanneer een karkas wordt vergiftigd uit wraak nadat leeuwen vee hebben gedood. In 2018 stierven zo bij Ruaha zes leeuwen en vierenzeventig gieren tegelijk. Soms worden ze gericht gedood, voor hun lichaamsdelen. Sinds begin 2023 kwamen er in de Serengeti bij drie incidenten ongeveer vierhonderd gieren om, en bij het laatste ontbraken de koppen en de poten.

Gieren ruimen op wat anders blijft liggen. Zonder hen verspreiden ziektes zich sneller, onder dieren en onder mensen.

Wanneer je moet komen voor vogels

Tussen november en april komen er soorten bij die de rest van het jaar in Europa en Azië zitten. In diezelfde maanden vallen de regens, dragen veel standvogels hun broedkleed, zijn ze luidruchtiger en broeden ze.

Dat is dus het beste vogelseizoen, en het valt precies samen met de maanden waarin het rustiger is in de parken en de accommodaties minder kosten. De keerzijde is eerlijk: het gras staat hoog en er is overal water, waardoor de grote zoogdieren meer verspreid zitten en lastiger te vinden zijn.

Kom je voor de vogels, dan is april of mei een betere maand dan augustus.

Ngomi rijdt met een verrekijker binnen handbereik en stopt voor een vogel net zo makkelijk als voor een luipaard. Zeg voor vertrek dat je vogels leuk vindt, dan merk je dat onderweg.


Categorieën