Het park valt uiteen in vier delen. In het zuidwesten ligt de hoofdpoort, met grondwaterbos en daarachter Serengeti Ndogo, de kleine Serengeti. Dat is de enige open vlakte van het park, en de enige plek waar je grotere groepen zebra's en buffels ziet grazen. In de vroege ochtend is het er op zijn mooist. In het zuidoosten ligt de Ngurdoto-krater, een bosrijke kom van ruim drie kilometer breed en ongeveer honderd meter diep. De bodem is sinds 1967 gesloten voor bezoekers, voertuigen en wandelaars. Daardoor is het een ongestoord reservaat binnen het park. Je bekijkt hem vanaf de uitkijkpunten op de rand, waar buffels en soms olifanten beneden staan. In het noordoosten liggen de Momella-meren. Hier vaar je met de kano, staan giraffen en zebra's langs de oevers, en zitten de watervogels. De dieren drinken niet uit de meren, want het water is alkalisch, maar ze grazen wel op de oevers. En in het westen ligt het Meru-massief, met bos, watervallen en de route naar de top.
Arusha geldt als het rustigste park van het noordelijke circuit. Waar je in de Ngorongoro-krater in een rij jeeps kunt staan, sta je hier vaak alleen. Dat is een van de redenen waarom reizigers het park waarderen, ook al zien ze er minder groot wild.