
Stone Town, de oude stad van Zanzibar
Stone Town is geen museum en geen monumentenroute. Het is een woonwijk van ongeveer honderd hectare waar mensen boodschappen doen, kinderen naar school brengen en de was buiten hangen, en waar tegelijk zes eeuwen handelsgeschiedenis in de muren zit.
Dat is wat het bijzonder maakt en ook wat het lastig maakt. Er is niet één gebouw dat je gezien moet hebben. Er zijn steegjes.
Is Stone Town de hoofdstad van Zanzibar
Niet helemaal. De hoofdstad heet Zanzibar City, en Stone Town is de oude, historische kern daarvan. Het nieuwere deel van de stad heet Ng'ambo, wat "de andere kant" betekent.
In de praktijk gebruikt bijna iedereen "Stone Town" als hij de stad bedoelt, en dat is prima. Officieel is Zanzibar City de hoofdstad van de semi-autonome regio Zanzibar, en Stone Town is het deel dat sinds 2000 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staat. De Swahili-naam is Mji Mkongwe, de oude stad.
Zanzibar zelf is geen land maar een semi-autonoom deel van Tanzania, met een eigen regering en een eigen immigratiecontrole. Ook als je vanaf het Tanzaniaanse vasteland komt, ga je bij aankomst door de paspoortcontrole.
Verdwalen in de steegjes
De kern is een doolhof, en dat is geen beeldspraak. De straatjes zijn een tot drie meter breed, ze lopen dood, ze buigen af, en een kaart helpt maar tot op zekere hoogte. Auto's komen er niet in. Bagage gaat op een kar of op een rug.
Je komt langs koraalstenen huizen van drie en vier verdiepingen, langs winkeltjes van een halve meter breed, langs een hindoetempel en een moskee in dezelfde straat, en langs mannen die op de baraza zitten. Die verhoogde stenen bank voor het huis is er om op te zitten en te praten, en tegelijk om het regenwater in het natte seizoen buiten te houden.
Het is er druk en chaotisch. Scooters, verkopers, geroep, de geur van de vismarkt. Sommige mensen vinden dat overweldigend en zijn na twee uur toe aan rust. Anderen blijven een dag langer dan ze van plan waren.
Je raakt gegarandeerd een keer de weg kwijt, en dat hoort erbij. De stad is klein genoeg dat je binnen tien minuten weer aan het water staat.
De deuren, het detail waar je naar gaat kijken
Zodra iemand je erop wijst zie je niets anders meer. Stone Town heeft honderden zwaar bewerkte houten deuren, en ze vertellen wie er woonde.
Indiase deuren hebben een ronde of boogvormige bovenkant en zware messing knoppen. Die knoppen zijn een Indiase traditie, oorspronkelijk bedoeld om oorlogsolifanten tegen te houden. Omaans-Arabische deuren zijn rechthoekig, vaak met een Koraninscriptie in de lijst. Swahili-deuren zijn de oudste en de soberste, met rankende wijnranken en bloemen in het hout.
Het hout is meestal teak, aangevoerd uit India en Birma, of het lokale mvule en mbambakofi. Sultan Barghash, die in Bombay in ballingschap had gezeten, bracht de Indo-islamitische boogdeur in de mode toen hij vanaf 1870 regeerde.
Een gids die hier iets van weet verandert je wandeling volledig. Hij laat je zien welke deur bij welke handelsfamilie hoorde, en waarom de ene vijftig jaar ouder is dan de andere in dezelfde straat.
De voormalige slavenmarkt en de anglicaanse kathedraal
Dit is het zwaarste deel van Stone Town en het belangrijkste. Zanzibar was in de negentiende eeuw het knooppunt van de Oost-Afrikaanse slavenhandel, en de markt stond hier, midden in de stad.
In 1840 verplaatste sultan Said bin Sultan zijn hoofdstad van Oman naar Zanzibar, om dichter bij de handel te zitten waar het geld in zat. Kruidnagel en ivoor gingen één kant op, mensen de andere. In 1873 verbood sultan Barghash onder Britse druk de export van slaven en moesten alle markten in het sultanaat sluiten. Als instituut werd de slavernij hier pas in 1909 definitief afgeschaft.
Op de plek van de markt begon men in 1873 met de bouw van Christ Church, de anglicaanse kathedraal, onder leiding van bisschop Edward Steere. Koraalsteen, een tongewelf, en een mengeling van Victoriaanse neogotiek met islamitische en Swahili-elementen. Naast de kerk staan twee ondergrondse kamers waarin tot slaaf gemaakte mensen werden vastgehouden voordat ze verkocht werden. Ze zijn laag, klein en benauwd, en je kunt er binnen.
Buiten staat sinds 1998 een monument van de beeldhouwer Clara Sörnäs. Vijf figuren in een kuil, met echte kettingen om hun nek.
Praktisch. Open, ongeveer van acht tot vijf. Een gids zit bij het ticket in en die gidsen zijn goed, ze vertellen het rustig en zonder opsmuk. Reken op een tot twee uur. Aan de ingang bieden zich ook mensen aan als gratis gids die achteraf betaling verwachten, dus loop door tot het loket.
Wat je hier vaak verkeerd hoort
Drie dingen worden in bijna elke reisgids en op bijna elke blog als vaststaand feit gebracht, en dat zijn ze niet.
Over de aantallen. Je hoort vaak vijftigduizend mensen per jaar, of zeshonderdduizend tussen 1830 en 1873. De schattingen van historici lopen ver uiteen, van ongeveer twintigduizend tot dertigduizend per jaar in de jaren zestig van de negentiende eeuw, tot hogere getallen bij tijdgenoten zoals Livingstone. Sommige historici betwisten de hoogste totalen als statistisch onmogelijk. Wij noemen de spreiding, want die is eerlijker dan één getal, en wat wel vaststaat is al genoeg.
Over het altaar. Er wordt gezegd dat het hoofdaltaar precies op de plek van de zweeppaal staat. Dat is overlevering, niet iets waarvoor hard bewijs bestaat. Elke gids vertelt het, en het is een krachtig beeld, maar het blijft een verhaal.
Over David Livingstone. Hij was abolitionist, geen slavenhandelaar, en dat gaat regelmatig door elkaar. Het houten kruis in de kathedraal is gemaakt van de boom waaronder zijn hart in Zambia werd begraven. Zijn lichaam ligt in Westminster Abbey in Londen.
En één bewering die je op Nederlandse sites tegenkomt, dat er tot 1964 in het geheim via de grotten bij Mangapwani slaven verhandeld werden, klopt niet als algemene claim.
Het House of Wonders is gesloten, en het Palace Museum ook
Dit staat hier omdat het nergens anders goed staat. De twee bekendste monumenten van Stone Town kun je op dit moment niet bezoeken, en bijna elke Nederlandse reisblog schrijft nog dat het wel kan.
Het House of Wonders, Beit al-Ajaib. Gebouwd in 1883 in opdracht van sultan Barghash als ceremonieel paleis, en het eerste gebouw van Oost-Afrika met elektrisch licht, een lift en stromend water. Vandaar de naam. Op eerste kerstdag 2020 stortte een deel in, tijdens de restauratie, en twee arbeiders kwamen om.
Het gebouw is sindsdien dicht. De restauratie loopt, gefinancierd door Oman, en begin 2026 was ongeveer de helft gedaan. Er is geen heropeningsdatum. Je kunt het van buiten bekijken, met de steigers eromheen, en dat is nog steeds een indrukwekkend gebouw aan het water.
Het Palace Museum, Beit al-Sahel. Ook dicht sinds ongeveer 2021, ook in restauratie. Er is nog een kleine expositie en je kunt de graven van een aantal sultans in de tuin zien, en daarvoor wordt entree gevraagd. Verschillende bezoekers vinden dat de moeite niet waard, omdat je diezelfde graven vanaf de zijstraat over het muurtje ziet. In het paleis zat een verdieping over prinses Sayyida Salme, die in 1866 zwanger met een Duitse koopman naar Hamburg vluchtte en later haar memoires schreef. Dat verhaal is prachtig en op dit moment niet te zien.
Laat je dus niet verrassen. Plan geen ochtend voor deze twee, en vraag ons of iemand ter plaatse wat er op het moment van jouw reis open is, want dit verandert.
Het Oude Fort, Ngome Kongwe
Het oudste gebouw van Stone Town, oorspronkelijk Portugees uit de zeventiende eeuw en in 1699 door de Omani herbouwd. Het was garnizoen, gevangenis, en tussen 1905 en 1928 zelfs het eindpunt van de Zanzibar Railways. In de jaren negentig kwam er een amfitheater bij.
Nu is het een cultureel centrum met een binnenplaats, schaduw, winkeltjes en af en toe een dansvoorstelling. De binnenplaats is vrij toegankelijk en je bent er in een half uur doorheen.
Twee keer per jaar is het het kloppend hart van het eiland. In februari is hier Sauti za Busara, het muziekfestival met honderden artiesten uit heel Afrika. In juni is hier het Zanzibar International Film Festival, dat sinds 1997 bestaat. Kom je in die weken, dan boek je je accommodatie ver vooruit, want de stad zit vol.
Forodhani Gardens, waar de stad 's avonds naartoe gaat
De tuinen aan het water werden in 1936 aangelegd voor het zilveren jubileum van sultan Khalifa. Elke avond staan er kraampjes met gegrilde zeevruchten, saté, vers geperst suikerrietsap met limoen en gember, en de beroemde Zanzibar pizza, wat eerder een gevulde omeletpannenkoek is dan een pizza.
Het is niet alleen voor toeristen. Jongens duiken van de kademuur, er wordt gevoetbald op het strookje strand, en families komen zitten tot het donker is.
Praktisch. Kom aan het eind van de middag en blijf voor de zonsondergang. Spreek de prijs af voordat ze beginnen te bakken, dat is hier normaal en niemand kijkt ervan op. Kies een kraam waar veel mensen staan, want daar is de omzet hoog en het eten vers.
Darajani Market
De overdekte markt aan Creek Road, waar de stad zelf boodschappen doet. Vis, vlees, groente, fruit, kruiden en specerijen per gewicht. Ernaast ligt de Darajani Bazaar, waar veel import ligt.
Praktisch. Vroeg in de ochtend is het het levendigst. Reken op sterke geuren, vooral bij de vis en het vlees, en op een vloer die nat is. Dit is niet voor iedereen leuk, en voor kinderen soms te veel.
Wat wij ervan vinden. Ga wel, ook als je niets koopt. Dit is de plek waar je in tien minuten meer over Zanzibar leert dan in een museum. Dat het niet opgepoetst is voor bezoekers is precies het punt.
Het huis van Freddie Mercury
Farrokh Bulsara werd op 5 september 1946 in Stone Town geboren, in een Parsi-familie waarvan de vader voor het Britse koloniale bestuur werkte. Pas later werd hij Freddie Mercury.
Aan Kenyatta Road opende eind 2019 een museum over hem, ingericht door de fotograaf Javed Jafferji met steun van Brian May en van Freddies zus Kashmira. Open, en je bent er in een half uur doorheen.
Eerlijk over het geboortehuis. Welk huis het precies was is betwist. De familie verhuisde meerdere keren en meerdere adressen claimen de band. Het museum zelf is daar niet altijd hard over, en dat is netjes.
Wat wij ervan vinden. Ben je fan, dan is dit een leuke halve dagbesteding van dertig minuten. Ben je dat niet, dan sla je het over zonder iets te missen. Er staat ook een standbeeld, en dat is gratis.
Excursies vanuit Stone Town
Stone Town is het vertrekpunt voor bijna alles wat je op Zanzibar kunt doen. De haven ligt in de stad en de luchthaven op een kwartier rijden, dus je zit hier logistiek het gunstigst van het hele eiland.
Prison Island, Changuu. Vijf kilometer voor de kust, twintig tot dertig minuten varen. Als gevangenis is het nooit gebruikt, het werd een quarantainestation. Wat er wel is, zijn Aldabra-reuzenschildpadden, en van de oudste wordt de leeftijd op ruim honderdnegentig jaar geschat. Een halve dag, en het leukste uitstapje van het eiland voor kinderen.
Een kruidentour. Naar de plantages in het binnenland, waar kaneel, kardemom, vanille, nootmuskaat en kruidnagel naast elkaar groeien. Een halve dag, meestal in de ochtend. De kwaliteit verschilt hier sterk per aanbieder, tussen een echte plantage en een tuin die voor de bussen is aangelegd.
Nakupenda, de zandbank. Bij laag water komt er een strook wit zand boven water die er 's middags niet meer is. De bootsman grilt er verse vis. De volgorde van de dag hangt af van het getij, dus het tijdstip hoor je pas kort vooraf. Ga vroeg, want rond het middaguur staat het er vol.
Chumbe Island. Een klein eiland ten zuidwesten van de stad met een van de best bewaarde koraalriffen van Oost-Afrika, sinds de jaren negentig beheerd als privé marinepark. Duiken mag er niet, snorkelen wel. Het aantal dagbezoekers is beperkt en reserveren kan pas een paar dagen vooruit, omdat het van het weer afhangt.
Safari Blue vanuit Fumba. Een dagtocht met een dhow door de Menai Bay, met snorkelen, een zandbank en een lunch van verse vis. Niet geschikt voor kinderen onder de vijf.
De grotten bij Mangapwani. Vijfentwintig kilometer noordelijk, een koraalgrot met zoet water en een aparte gemetselde kamer die met de slavenhandel wordt verbonden. Stiller en rauwer dan de monumenten in de stad.
Wat er in jullie dagen past en welke aanbieder we sturen, dat regelen wij. Meer over duiken en snorkelen staat in ons stuk over duiken en snorkelen op Zanzibar.
Hoeveel tijd heb je nodig voor Stone Town
Een halve dag is genoeg om de kern te zien, dus de slavenmarkt, het fort, de doolhof en de gebouwen aan het water van buiten. Dit is wat de meeste mensen doen, als dagtrip vanaf het strand.
Een hele dag met één overnachting is wat wij aanraden. Dan heb je het museum, de zonsondergang, de avondmarkt en de stad na het donker. Stone Town is 's avonds een andere stad dan om twee uur 's middags, en dat mis je bij een dagtrip volledig.
Twee tot drie nachten is voor wie de excursies erbij wil, Prison Island of de kruidentour, en voor wie het rustig aan wil doen.
In de praktijk plannen wij Stone Town meestal aan het begin of aan het eind van het strandgedeelte, omdat de luchthaven en de haven hier liggen. Dat scheelt een transfer.
Overnachten in Stone Town
De mooiste accommodaties zitten in gerestaureerde koopmanshuizen, met een dakterras boven de daken en de gebedsoproep die vijf keer per dag over de stad gaat. Dat is een bijzondere ervaring en er horen een paar dingen bij die je beter vooraf weet.
Smalle steile trappen en vaak geen lift. Meestal geen zwembad. Geluid van de straat en van de moskee, ook vroeg in de ochtend. En geen auto tot de deur, want die steegjes zijn te smal, dus je bagage gaat het laatste stuk lopend.
Wie dat te veel vindt, slaapt net buiten de kern richting het water. Rustiger, makkelijker met bagage, iets minder sfeer.
En voor wie slecht ter been is, moet ik eerlijk zijn. Stone Town is kasseien, drempels, trappen en nauwe steegjes zonder liften. De kern is met een rolstoel niet goed te doen. Dat lossen wij op door een accommodatie aan de rand te kiezen en de stad in korte stukken te bezoeken, en dat werkt, maar het is geen stad om overheen te lopen alsof er niets aan de hand is.
Wat je aantrekt, en hoe het hier werkt
Zanzibar is overwegend islamitisch en Stone Town is een woonwijk, geen resort. Schouders en knieën bedekt, voor mannen net zo goed als voor vrouwen. Een lange broek of een lange rok en een T-shirt met mouwen is genoeg, je hoeft niets bijzonders te kopen.
Alcohol wordt geschonken in hotels en in de toeristische bars, niet daarbuiten. Wees terughoudend met zoenen en hand in hand lopen op straat. En vraag altijd of je iemand mag fotograferen voordat je dat doet.
De gebedsoproep klinkt vijf keer per dag, de eerste voor zonsopgang. Rond het vrijdagmiddaggebed is het drukker in de straten rond de moskeeen.
Tijdens de ramadan is de stad anders. Veel restaurants zijn overdag dicht of beperkt open, het tempo ligt lager, en het wordt gewaardeerd als je overdag niet in het openbaar eet, drinkt of rookt. Het einde, Eid al-Fitr, is een feest van een paar dagen met aangepaste openingstijden. In 2027 valt de ramadan ongeveer van 8 februari tot 9 maart, in 2028 ongeveer van eind januari tot eind februari. De exacte data schuiven met de maan.
Stone Town tijdens de ramadan bezoeken is niet minder mooi, het is anders. De avonden zijn juist levendiger dan normaal.
Is Stone Town veilig
Ja, met de gewone stadsregels. Stone Town is geen gevaarlijke plek, maar het is wel een drukke stad met veel toeristen, en daar horen zakkenrollers bij.
Draag je tas aan de voorkant, neem weinig contant geld mee en laat je paspoort in de kluis. 's Avonds loop je de doorgaande straten en de waterkant, niet de donkere steegjes achteraf. Alleenreizende vrouwen doen er goed aan 's avonds niet alleen door de kern te lopen, en dat advies staat ook in het Nederlandse reisadvies.
De papasi. Dat is het woord voor de straatverkopers en zelfbenoemde gidsen. Ze zijn opdringerig en soms vasthoudend, en de bekendste truc is de gratis gids bij de slavenmarkt die daarna om geld vraagt. Ze zijn niet gevaarlijk. Eén keer duidelijk en vriendelijk nee zeggen en doorlopen werkt, en niet stoppen om uit te leggen werkt nog beter.
Wij zetten er altijd een erkende gids bij, en dan valt dit hele probleem weg, want met een lokale gids naast je word je niet aangesproken.
Wanneer je het beste gaat
Stone Town kan het hele jaar, maar het scheelt.
Van juni tot oktober en van december tot februari is het droog en aangenaam. In de nauwe steegjes staat weinig wind, dus het voelt er warmer dan aan het strand.
Van maart tot mei vallen de lange regens, met april als natste maand. De steegjes kunnen dan onderlopen, en dat is precies waarom die barazas voor de huizen zo hoog zijn. Het is dan wel rustig en goedkoop, en de buien zijn meestal kort.
In februari is Sauti za Busara, in juni het filmfestival. Dan is de stad vol en zijn de accommodaties duurder.
Stone Town is het deel van Zanzibar waar mensen het minst op rekenen en achteraf het meest over vertellen. Niet om één gebouw, maar omdat je er een halve dag rondloopt en er zes eeuwen handel, geloof en geschiedenis om je heen staan, terwijl iemand zijn was ophangt.
Wat er in jullie reis past hangt af van hoeveel dagen je hebt en waar je slaapt. Wij plannen Stone Town bijna altijd aan de kant van de luchthaven, dus aan het begin of het eind, en één nacht is bijna altijd beter dan een dagtrip.
Welke kust daarna bij jullie past, en wat het water daar doet, staat op onze Zanzibar-pagina.
Bekijk onze voorbeeldreis Safari en Zanzibar, veertien dagen, dag voor dag uitgewerkt
Safari njema.











