
Het is kwart over zes 's ochtends en nog bijna donker als je het park in rijdt. Een half uur later staat de zon boven de vlakte en is het licht goud. Twintig minuten daarna is dat voorbij.
Dat is het eerste wat je moet weten over fotograferen hier. Het licht is kort, en het komt elke dag op bijna hetzelfde moment.
Nee, je hebt geen vergunning nodig
Dit is de vraag die we het vaakst krijgen, meestal van mensen met een flinke telelens in de koffer. Het antwoord is nee.
Voor een toerist met een camera bestaat in Tanzania geen fotovergunning, hoe groot je lens ook is. Er circuleren lijstjes die beweren dat een statief of een tweede body je tot professional maakt, en die komen van reisbureaus, niet van de overheid. Geen enkel officieel document noemt een grens in millimeters of in aantal camera's.
Waar de grens wel ligt, is het doel. Fotografeer je in opdracht, voor publicatie of voor verkoop, dan val je onder commerciële opnames, en dan heb je een vergunning van de Tanzania Film Board nodig van duizend dollar, plus een dagtarief per persoon in elk park. Dat is een serieus traject, en dat regel je niet ter plekke.
Eén grijs gebied is er, en we zeggen er liever eerlijk iets over dan niets. Wie achteraf een vakantiefoto verkoopt aan een stockbureau, zit in een ruimte die geen enkel document regelt. Wie vooraf weet dat hij voor verkoop komt fotograferen, zit formeel aan de commerciële kant.
Het licht, en waarom het hier anders werkt
In Nederland schuift de zonsopkomst over het jaar uren op. Hier niet. In de centrale Serengeti komt de zon het hele jaar tussen kwart over zes en tien voor zeven op, en gaat hij tussen half zeven en zeven uur onder. Over twaalf maanden beweegt dat minder dan een zomertijdwissel bij jullie thuis.
De daglengte varieert zestien minuten. Zestien, over het hele jaar.
Wat dat voor je foto's betekent, zit in de schemering. Het zachte licht voor zonsopkomst en na zonsondergang duurt hier ongeveer eenentwintig minuten. Niet een uur zoals in een Nederlandse junimaand, maar twintig minuten. Je gouden uur is in de praktijk een gouden halfuur, en dan is het hard licht.
Daarom rijd je vroeg. Niet omdat gidsen graag vroeg opstaan, maar omdat je anders de helft van het goede licht van die dag mist.
Tussen half tien en half vier staat de zon hoog en is het licht hard en contrastrijk, met korte schaduwen en uitgebeten hooglichten. Rond maart en eind september staat de zon op het middaguur bijna recht boven je, en dan hebben dieren vrijwel geen schaduw meer. Dat zijn de uren om in de schaduw te zitten, naar de kleine dingen te kijken, of te slapen.
Je zit in een auto, en dat bepaalt alles
In de nationale parken blijf je in het voertuig. Uitstappen mag alleen op aangewezen plekken, en dat is geen formaliteit maar de reden dat je zo dicht bij dieren kunt komen.
Dat heeft gevolgen voor je fotografie, en ze zijn allemaal op te lossen.
Je fotografeert door een luik of door een open zijraam, dus je zit vast aan een paar standpunten. Een statief werkt niet in een auto. Een boon- of rijstzak op de rand van het dak of het raam wel, en die is goedkoop en licht. Veel reizigers nemen een lege zak mee en vullen hem ter plekke.
De motor loopt vaak nog na als je stopt, en dat trilt. Vraag je gids of hij hem uitzet als je gaat fotograferen. Dat scheelt meer dan je denkt, zeker bij lange lenzen in de ochtendschemering.
En je staat niet alleen. Bij een waarneming in het Ngorongoro-gebied mogen officieel maximaal vijf voertuigen staan, en geldt een stilteregel, met een minimumafstand van vijfentwintig meter. Dat is officieel vastgelegd, en het verklaart waarom je gids soms wegrijdt van iets moois.
Open safariwagens zie je op foto's veel, en in Tanzania zijn ze niet standaard. Het park rekent voor een open voertuig vijftig procent extra toegang, en daarom rijden vrijwel alle operators met een gesloten wagen met een opklapbaar dak. Dat werkt voor fotografie bovendien beter dan je verwacht, want je hebt schaduw, en je kunt staand door het dak schieten.
Wat je meeneemt
Een telelens tot 400 millimeter dekt vrijwel alles wat je wilt. Met 100 tot 400, of 200 tot 500, kom je er ruimschoots. Langer kan, maar hoe langer de lens, hoe moeilijker stil te houden in een auto, en dat gaat ten koste van scherpte.
Vergeet de brede lens niet. Het landschap is de helft van het verhaal, en een olifant klein in een enorme vlakte zegt vaak meer dan diezelfde olifant formaatvullend.
Twee bodies met elk een lens zijn prettiger dan één body waarop je in de auto moet wisselen. Elke lenswissel is stof op je sensor.
Neem meer geheugenkaarten mee dan je denkt nodig te hebben, en meer accu's. Opladen kan in vrijwel alle kampen, maar lang niet overal in je eigen tent, en soms alleen in de restauranttent. In Tanzania is het 230 volt met Britse stekkers, dus neem een wereldstekker mee.
En nog iets praktisch. De verplichte reisverzekering die je bij binnenkomst afsluit, heeft geen gepubliceerde limiet voor bagage. Reken dus niet op die polis voor je camera, en verzeker je apparatuur apart.
Stof
Stof komt overal in. Dat klinkt als een cliché, tot je na drie dagen Serengeti je tas openmaakt.
Wissel zo min mogelijk van lens, en als het moet, doe het met de rug naar de wind en de camera omlaag. Houd een microvezeldoekje bij de hand en gebruik je shirt niet, want daar zit hetzelfde stof in.
Eén tip die overal circuleert, werkt in Tanzania niet. Je camera in een plastic zak stoppen tegen het stof kan niet in het Ngorongoro-gebied, want plastic tassen zijn daar verboden. Neem een stoffen hoes of een fatsoenlijke cameratas mee.
Mensen fotograferen
Dit is het deel waar de meeste reizigers over struikelen, en waar bijna geen enkele Nederlandse site iets over zegt.
In het Ngorongoro-gebied is het officieel verboden om lokale mensen te fotograferen, behalve in aangewezen Cultural Boma's. Dat staat gewoon in de bezoekersregels van de parkbeheerder. Je camera op een Maasai richten langs de weg is dus niet alleen onbeleefd, het mag niet.
Daarbuiten geldt wat overal geldt. Vraag het. Een foto van iemand die weet dat je hem maakt, is bovendien bijna altijd beter dan een stiekeme uit een rijdende auto.
Over boma-bezoeken zijn we eerlijk, want daar gaat veel mis in Tanzania. De officiële entree van een Cultural Boma in het Ngorongoro-gebied is twintig dollar per voertuig. In de praktijk vragen dorpen en gidsen daarbovenop, en reizigers melden regelmatig dat de prijs bij aankomst hoger uitvalt dan afgesproken, met druk om souvenirs te kopen.
Daarom regelen wij die bezoeken altijd vooraf en rechtstreeks met de gemeenschap, met een prijs die van tevoren vastligt en waarvan je weet waar hij heen gaat. Dan kun je ontspannen fotograferen, want het is dan een afspraak tussen mensen en geen onderhandeling.
En nog twee plekken waar je de camera laat zakken. Militaire gebouwen, vliegvelden, bruggen en overheidsgebouwen fotograferen is in Tanzania verboden. Dat lijkt overdreven tot iemand je telefoon inneemt.
Drones
Kort antwoord, laat hem thuis.
In de nationale parken van Tanzania zijn drones standaard verboden. Ontheffing bestaat, maar daarvoor heb je vier vergunningen nodig, van de Film Board, het ministerie van Defensie, de luchtvaartautoriteit en de parkbeheerder, in die volgorde. Dat is een traject van weken en het kost meer dan duizend dollar.
En zelfs met alle papieren op zak mag je in de Serengeti niet vliegen tijdens de oversteek. Juist het beeld waarvoor mensen een drone meenemen, is expliciet uitgesloten.
Wie het toch probeert, raakt de drone kwijt en krijgt een boete.
Wat je gids met je foto's doet
Dit is het deel dat de meeste mensen onderschatten.
Een gids die weet dat je fotografeert, zet de auto anders neer. Niet zo dicht mogelijk bij het dier, maar zo dat het licht van achter je komt, dat je niet tegen de zon in kijkt, en dat het dier naar je toe beweegt in plaats van van je weg. Hij parkeert schuin zodat je vanaf de goede kant kunt schieten, en hij zet de motor uit zonder dat je het hoeft te vragen.
Hij weet ook wanneer je moet wachten. Een luipaard in een boom doet een uur lang niets, en dan rekt hij zich uit. Wie na tien minuten doorrijdt, mist dat.
Zeg het dus op de eerste ochtend. Dat je fotografeert, welke kant je het liefst uitkijkt, en dat je liever lang bij één dier blijft dan veel dieren kort ziet. Een goede gids past zijn hele dag daarop aan, en dat scheelt meer voor je foto's dan welke lens ook.
Nog twee dingen
Ballonvaart. Je mag je camera meenemen, en een kleine tas ook. Houd er wel rekening mee dat alles bij het opstijgen en landen opgeborgen moet zijn, en dat je in een mand staat met twee tot vier anderen in jouw vak. Een lange zware lens is daar lastig. Een middenbereik werkt beter, en het landschap is toch waarvoor je omhoog gaat.
Wandelsafari. Daar loop je in het tempo van de ranger, en zet je geen statief op zonder overleg. Neem één camera en één lens mee, en houd het licht. Lopen is ook een moment om gewoon te kijken.
Je gids is je belangrijkste stuk uitrusting
Je kunt duizenden euro's aan glas meenemen en alsnog thuiskomen met middelmatige foto's, omdat je op het verkeerde moment op de verkeerde plek stond. En je kunt met een camera uit de middenklasse beelden maken waar je jaren later nog naar kijkt, omdat iemand wist waar hij je moest neerzetten en wanneer hij moest wachten.
Daarom rijden wij privé. Jij bepaalt hoe lang je bij dat luipaard blijft staan.








