
Er zit een wereld tussen wat er in Tanzania thuis op tafel komt en wat een lodge in de Serengeti serveert. Beide zijn Tanzaniaans. Wie hier op vakantie komt eet vooral het tweede, en dat is jammer, want het eerste is de moeite waard.
Ugali, het nationale gerecht
Het traditionele nationale gerecht ugali kom je in op toeristen gerichte gelegenheden niet tegen. Toch is het de moeite waard deze lokale specialiteit eens te proberen. Het is een kleverig gerecht van maismeel of meel van de cassave met een saus van vlees, vis of bonen. Het wordt met drie vingers van de rechterhand gegeten. Vraag er gerust naar bij je accommodatie, ze maken het graag voor je.
Tanzaniaanse rijst
Daarnaast is er de heerlijk ruikende en smaakvolle Tanzaniaanse rijst, die in niets lijkt op de rijst uit een Nederlandse supermarkt. Als het aan de Tanzanianen ligt eten ze ’s ochtends rijst, ’s middags rijst en ’s avonds rijst. Vaak met geroosterd vlees, nyama choma, met vlees gestoofd in een saus met pilipili, de lokale peper, of met bonen, maharage. Vlees is meestal van kip, rund of geit. Varkensvlees wordt minder gegeten.
Geit is zo populair dat op bruiloften vaak een hele geit aan het spit fungeert als bruidstaart, waarbij bruid en bruidegom elkaar het eerste stukje aanbieden.
Net als in vrijwel alle Afrikaanse landen wordt vlees nooit rood gegeten, maar altijd doorbakken of goed gaar gestoofd. Dat stamt uit de tijd dat koeling vaak een probleem was, en nog steeds zie je hier en daar vlees ongekoeld buiten hangen. In hotels en lodges zijn de koelfaciliteiten op orde.
De bananen in Tanzania
Tot slot de bananen. Wie schrijft over de Tanzaniaanse keuken mag de bananen niet onvermeld laten. Ze zijn er overal in alle soorten en maten. Groen, geel, rood, klein en groot, en ze worden op verschillende manieren bereid. Er is bananensoep, gefrituurde of gebakken banaan, gekookte banaan, en bananenbier. Afya, proost.
Eten en drinken op vakantie in Tanzania
In de hotels, lodges en camps wordt meestal een mix geserveerd waarin de internationale keuken en lokale invloeden samengaan. Het ontbijt biedt veel variatie. Afhankelijk van de mate van luxe wordt een full English breakfast geserveerd. Altijd een keur aan vers fruit: ananas, passievrucht, watermeloen, en vooral mango’s, die hier rijp van de boom komen in plaats van uit een koelcontainer. Maar vaak ook lokale dingen zoals mandazi, zoet brood in de vorm van een soort oliebol, en chapati, platbrood uit de pan.
Zowel het ontbijt als de lunch en het diner zijn vrijwel altijd een buffet, waarbij er ’s middags en ’s avonds warm gegeten wordt. Tanzanianen zijn dol op soep. Die staat er dan ook vaak als entree, in vele variaties. Daarna volgt rijst en soms Italiaanse pasta of lasagne, met geroosterde kip en meestal ook rundvlees in een saus. In de kuststreken tref je meer vis aan, want de Indische Oceaan levert onuitputtelijk seafood. In het binnenland eet je weinig vis, daar is de aanvoer niet op ingericht. Naast verschillende groenten staat er vrijwel altijd een uitgebreide saladbar, en het nagerecht bestaat vaak uit verschillende soorten fruit.
Wat de Tanzanianen niet of nauwelijks kennen is de borrelhap. Een toastje met kaas kom je niet snel tegen. Uitzondering is de samosa, een driehoekig gefrituurd snackje gevuld met groente of vlees.
Indiase restaurants in Tanzania
In de steden vind je veel Indiase restaurants. De Indiase gemeenschap in Oost-Afrika is oud en die keuken hoort er inmiddels bij. Het eten, met de befaamde curry’s, is vaak zeer goed van kwaliteit. Houd er wel rekening mee dat je lang moet wachten, soms wel een uur. Er wordt bijna niets vooraf gemaakt, alles wordt vers bereid.
Drie tips om lekker te blijven eten
- Drink minstens twee liter water per dag, liefst drie, het is warm in Tanzania.
- Was je handen voor het eten.
- Eet streetfood waar het druk is, want dan is het vers. Vraag je gids waar hij zelf eet.
Chakula chema, smakelijk eten.











