
Een begroeting duurt hier langer dan je gewend bent. In Nederland zeg je hoi en loop je door. Hier stap je uit de auto, en dan vraagt iemand hoe het met je is, en met je reis, en met je familie, en met je werk, en pas daarna komt waar je voor kwam. De eerste keer duurt dat lang. Na een week mis je het als het niet gebeurt.
Daar kom je met tien woorden Swahili een heel eind.
Wat ze spreken in Tanzania
Swahili is de officiele taal van Tanzania. Engels is de tweede voertaal en je hoort het op school, op kantoor en bij officiele gelegenheden, dus je redt je hier zonder een woord Swahili. Maar je mist wel iets.
Tanzania heeft meer dan honderd bevolkingsgroepen, elk met een eigen taal. Swahili is wat ze met elkaar verbindt, en dat is precies waarom het hier zo breed gedragen wordt. Het is niet de moedertaal van de meeste Tanzanianen, het is de taal waarin ze elkaar treffen.
Het Swahili is ontstaan langs de oostkust, waar handel uit Arabie, India en het binnenland op elkaar botste, en je hoort dat er nog in. Lang schreven ze het in Arabisch schrift. Duitse en Britse missionarissen zetten het later om naar het Latijnse alfabet, en zo staat het nu op elk verkeersbord.
En dat woord dat jij gebruikt voor je reis hierheen, safari, is gewoon Swahili voor reis. Niets exotisch aan. Wij gaan ook op safari als we naar Arusha rijden voor boodschappen.
Het begroetingsritueel
Dit is het stuk waar Nederlandse gasten het vaakst over vallen, en waar ze het vaakst om gaan glimlachen.
Een begroeting is hier geen formaliteit van twee seconden. Het is een reeks vragen en antwoorden, en het antwoord is bijna altijd goed, ook als het niet goed is. Zo klinkt het tussen twee vrouwen die elkaar kennen:
- Amina: Hujambo?
- Tatu: Sijambo. Habari gani?
- Amina: Nzuri. Habari za watoto?
- Tatu: Nzuri sana. Na wewe?
Hoe gaat het, het gaat goed, wat is het nieuws, goed, en hoe is het met de kinderen. Je vraagt naar de kinderen, naar het huis, naar het werk, naar de reis. En je antwoordt nzuri, goed, want dat hoort bij de vorm.
Wie dat weet, hoeft niet te schrikken als een gesprek over een kapotte band begint met vier vragen over zijn familie.
De eerste woorden
Hiermee kom je de eerste dag door.
Swahili | Wat het betekent |
Jambo | hallo, de groet die iedere bezoeker als eerste leert |
Hujambo | hoe gaat het |
Sijambo | het gaat goed |
Habari gani | wat is het nieuws, ook gewoon hoe gaat het |
Nzuri | goed |
Nzuri sana | heel goed |
Asante | dank je |
Asante sana | dank je zeer |
Aankomen en afscheid nemen
Swahili | Wat het betekent |
Hodi | ik kom binnen, je zegt het voor je een ruimte betreedt |
Karibu | welkom |
Karibuni | welkom, tegen meer dan een persoon |
Karibu kiti | kom zitten |
Kwa heri | tot ziens |
Tutaonana | we zien elkaar weer |
Lala salama | slaap lekker |
Dat hodi is een van de mooiste. Er zit geen deur tussen, je zegt hodi en de ander zegt karibu, en dan ben je binnen.
De woorden die je op safari hoort
Swahili | Wat het betekent |
Safari | reis |
Safari njema | goede reis |
Pole pole | rustig aan, langzaam |
Hamna shida | geen probleem |
Hakuna matata | geen zorgen |
Pole pole hoor je het vaakst, en niet alleen op de weg. Het is ook hoe hier gewerkt wordt, en het is het beste advies dat je op een safari kunt krijgen. Wie haast heeft, ziet minder.
Drietalig opgroeien in Moshi
Onze kinderen groeien op met drie talen. Nederlands met mij, Swahili buiten de deur en met Ngomi zijn familie, Engels op school. Ik heb me daar in het begin zorgen over gemaakt, of ze het niet door elkaar zouden halen.
Dat gebeurde niet. Ze schakelen midden in een zin en ze merken het zelf niet. Wat ze wel doen is mij verbeteren, en dat doen ze met zichtbaar plezier.
Hoe ver je komt met tien woorden
Verder dan je denkt. Niet omdat je jezelf verstaanbaar maakt, dat lukt met Engels ook. Maar omdat er iets verandert in het gesprek zodra je het probeert.
Een gast die bij aankomst asante sana zegt tegen de man die zijn koffer draagt, krijgt een ander antwoord dan een gast die thank you zegt. Niet beter bedoeld, wel anders. Het laat zien dat je de moeite hebt genomen, en dat wordt hier gezien.
Je hoeft de taal niet te leren. Tien woorden is genoeg.
Aan het eind van een reis zegt bijna iedereen asante sana zonder erbij na te denken. Dat is het moment waarop het geen woordenlijst meer is.











