De serval in Tanzania, waarom je haar zelden ziet en waar wij ze tegenkomen
Toen ik zo'n jaar of tien geleden voor het eerst op safari ging, had ik haar nog nooit gezien. Misschien had ik zelfs nog nooit van haar gehoord, dat weet ik niet meer, maar vanaf die eerste ontmoeting bleef ze me bij. De serval.
Een kat op te lange poten, stil in het hoog opgeschoten gras, met twee grote ronde oren die onafhankelijk van elkaar draaien. Zo zie je haar, als je haar al ziet. Ze weegt zeven tot achttien kilo tegen de vier of vijf van een huiskat, en ze staat een stuk hoger op haar poten, met een schofthoogte van vierenvijftig tot tweeënzestig centimeter.
In al die jaren dat we nu de savannen doorkruisen heb ik haar ook niet heel vaak gezien.
Serval of jonge cheeta
Ze wordt regelmatig aangezien voor een jonge cheeta of een jonge luipaard, en vanuit een rijdende auto is dat goed te begrijpen. Twee kenmerken zijn genoeg om het verschil te zien, en die kun je vanaf vijftig meter afstand al gebruiken.
Geen tranenstreep, en oren als schotels. Dan kijk je naar een serval.
Kenmerk | Serval | Jonge cheeta |
Tranenstreep | geen | zwarte streep van de ooghoek naar de bek |
Oren | zeer groot en rond, hoog op de kop en dicht bij elkaar, achterkant zwart met een witte vlek | klein en rond |
Poten | extreem lang, achterpoten langer dan de voorpoten | lang, maar onder een slank windhondlichaam |
Staart | kort, 28 tot 38 centimeter, geringd met een zwarte punt | lang, geringd eind met een witte punt |
Vacht | ronde vlekken die op nek en schouders in strepen overgaan | massieve zwarte vlekken, jongen met een grijze mantel op de rug |
Waar | moeras, riet en hoog gras bij water | open vlakte |
Gedrag | staat stil in het gras en luistert | meestal bij de moeder of in een groep |
In het Nederlands heet ze serval. Je komt ook servalkat en tijgerkat tegen, en die twee verwarren meer dan ze uitleggen, want ze is geen van beide. In het Swahili heet ze mondo, zo staat ze ook in de Tanzaniaanse jachtwetgeving. Je hoort daarnaast kisongo.
En als je er twee tegelijk ziet, wat zelden gebeurt: bij ontmoetingen onderling knikken ze met hun kop op en neer, en vaak maken ze zich daarbij zo groot mogelijk door op hun tenen te gaan staan, met gekromde rug. Verder houdt de serval van geluiden maken. Ze blazen, spinnen en sissen.
Waar leeft de serval in Tanzania, en waar zie je haar
Die twee vragen hebben niet hetzelfde antwoord, en dat is het interessante aan dit dier.
Eerst de eerlijkheid. Een serval is een zeldzame waarneming, ook voor wie hier woont en elke week rijdt. Wij zien er niet vaak een. Waar ik ze wel heb gezien, is in de Serengeti.
Dan het merkwaardige feit. Op de bodem van de Ngorongoro-krater is de dichtheid gemeten op minstens tweeënveertig servals per honderd vierkante kilometer. In Ruaha zijn dat er twee tot vijf komma zes. En toch zien wij ze in de krater niet vaker.
De verklaring daarvoor is meteen het antwoord op waarom je haar zo zelden ziet. De serval zit waar het gras hoog staat. Ze is gebonden aan permanent water, aan moerasranden en riet, want daar zitten de knaagdieren waar ze van leeft. En datzelfde hoge gras is precies wat haar onzichtbaar maakt.
Verder is ze aanwezig in Ruaha, in lage dichtheid. En op de Kilimanjaro, tot op het Shira-plateau, daarover verderop meer. In de andere parken leeft ze waarschijnlijk ook, maar dat is niet wetenschappelijk vastgesteld, dus dat schrijven we hier niet op.
Wanneer je kans maakt
Het eerste en het laatste uur van je gamedrive. In de krater jaagt de serval vooral rond zonsopgang en in de late namiddag.
Vrouwtjes met jongen zijn juist meer overdag actief, vermoedelijk om hun jongen uit de buurt van hyena's te houden. Dat is een verschijnsel dat in de krater is vastgesteld, en het is precies waarom je er daar ook midden op de dag een kunt zien.
Over het seizoen moeten we eerlijk zijn: er is geen beste maand. Hoog gras is waar ze jaagt en tegelijk waarom je haar niet ziet. In het droge seizoen staat het gras korter en zie je meer. In het natte seizoen jaagt ze vaker overdag. Er is geen maand die allebei geeft.
Wat eet een serval
Knaagdieren, vooral. En verder ongeveer alles wat kleiner is dan zij, van kikkers en slangen tot vogels die ze uit de lucht slaat.
Wat | Cijfer |
Jachtsucces | ongeveer 50 procent, overdag en bij maanlicht even goed |
Jachtsucces op knaagdieren | tot 81 procent |
Een moeder met jongen | 62 procent |
Prooien per etmaal | 15 tot 16 |
Prooien per jaar | 5.700 tot 6.100 |
Waarvan knaagdieren | ongeveer 3.950 |
Waarvan slangen | ongeveer 260 |
Waarvan vogels | ongeveer 130 |
Kikkers in de uitwerpselen | in 77 procent van de onderzochte monsters |
Die cijfers komen allemaal uit hetzelfde onderzoek, op de bodem van de Ngorongoro-krater, uitgevoerd in de jaren tachtig. Nieuwere zijn er niet, en dat is een verhaal op zich. Zie de volgende sectie.
Wat ons het meest is bijgebleven: één jong mannetje at in drie uur tijd minstens achtentwintig kikkers. Servals jagen in ondiep water, tot ongeveer acht centimeter diep.
Met haar lange poten kan ze goed over het gras heen kijken en kunnen er vogels met een sprong uit de lucht worden gegrepen. Ook ondergronds wordt naar prooi gezocht. Die wordt uitgegraven of uit het hol getrokken met de lange voorpoten.
Over die sprong wordt veel geschreven. Overal lees je dat een serval drie meter hoog springt, en daar is geen enkele meting voor te vinden, ook niet bij de organisaties die het herhalen. Wat in de krater wél is gemeten: ruim anderhalve meter hoog en ruim vier meter ver. Genoeg om een vogel uit de lucht te slaan, en dat is ook precies waar ze het voor gebruikt.
Je leest ook vaak dat ze daarmee de succesvolste jager van alle katten is. Die ranglijst komt uit één bron die geen onderzoek is, dus die laten we voor wat hij is. Vijftig procent is ook zonder ranglijst een uitzonderlijk getal.
Alles wat we over de serval weten, komt uit deze krater
De Nederlandse zoöloge Aadje Geertsema deed van de jaren zeventig tot in de jaren negentig veldwerk op de bodem van de Ngorongoro-krater. Het standaardwerk over de soort noemt dat tot vandaag het meest omvattende servalonderzoek dat er is.
Alle cijfers hierboven komen daaruit. En na haar is er in Tanzania geen onderzoek meer geweest dat alleen over de serval ging.
Dat betekent iets wat je je niet meteen realiseert. Wat onze gasten op die kraterbodem zien, is nog altijd het best bestudeerde servalgedrag ter wereld.
En dan iets dat dicht bij huis ligt
Zwarte servals zijn gedocumenteerd op het Shira-plateau van de Kilimanjaro, op 3.650 meter hoogte, in 1992. Bij de North Pare-bergen, op een uur rijden van ons huis in Moshi, worden ze zelfs algemeen genoemd. Uit de Serengeti is er één cameravalbeeld bekend, uit 2014.
Verwacht er op safari geen. Alle gevallen liggen hoog in de bergen of zijn eenmalige camerabeelden. Maar het enige gebied in Tanzania met gedocumenteerde zwarte servals ligt wel hier om de hoek.
Nee, het is geen huisdier
In Europa worden servals door fokkers en handelaren aangeboden als huisdier, en dat loopt vaker slecht af dan goed.
Stichting AAP kreeg in drie jaar tijd meer dan honderd opvangverzoeken voor servals van Nederlandse eigenaren. Tot 1 juli 2024 mocht je er in Nederland een houden, sindsdien niet meer. Born Free telde in 2020 vierenzestig servals en vijfenzestig Savannah-katten in het Verenigd Koninkrijk, en de Savannah is een kruising van een mannelijke serval met een vrouwelijke huiskat.
Een dier dat vijftien prooien per nacht vangt en een leefgebied van tien vierkante kilometer nodig heeft, hoort niet in een huiskamer.
Wij zien er niet vaak een, en beloven kan niemand het. Wie haar wil zien, rijdt in het eerste of het laatste uur langs de moerasranden en kijkt naar twee grote oren boven het gras.
Wil je weten hoe zo'n route eruitziet, onze ervaren en uitstekend opgeleide gidsen tonen je de flora en fauna van 's werelds beroemdste wildparken, zoals de Serengeti, Tarangire, Lake Manyara en de Ngorongoro-krater.
Meer over welke dieren je in welk park ziet.
Karibu sana.
[Bouwer: knop naar het contactformulier, en daaronder de regel naar /afspraak-plannen/.]