
Toen we het stuk land voor het eerst zagen, stond er niets op. Gras tot op de grond toe afgegraasd, harde aarde, een paar stronken. Wat er wel was, was uitzicht. De vallei die onder je wegvalt, en aan de andere kant de berg.
En het was er stil. Geen vogel, geen spoor, geen beweging in het struikgewas, want er was geen struikgewas. Dat is het soort stilte waar je niet vrolijk van wordt.
Honderd kuilen vol mest
We begonnen met graven. Honderd gaten, en in elk gat mest. Daarna lieten we het een paar weken liggen zodat de grond zijn werk kon doen, en pas toen ging er in elk gat een boompje.
Het is geen ingewikkelde methode. Het kost vooral geduld, en het is het soort werk waarbij je het één keer goed doet of drie keer overdoet.
Waterflessen als irrigatie
Water was het probleem. Er loopt hier geen leiding naar een helling, en met een gieter honderd boompjes rondgaan houdt niemand vol in de droge maanden.
Dus prikten we gaatjes in plastic flessen, vulden ze, en zetten ze op hun kop naast elke stam. Een fles loopt langzaam leeg, het water zakt de grond in in plaats van te verdampen, en één ronde vullen hield het dagen vol. Niet mooi. Wel het enige dat werkte.
De terugkeer van de dik-dik
Twee jaar later stond hij er.
Een dik-dik is een antilope van vijfendertig tot vijfenveertig centimeter schouderhoogte, een paar kilo zwaar, en hij trekt zijn hele leven met één partner op hetzelfde stukje grond op. Hij laat zich alleen zien waar genoeg dekking staat, met schaduw boven zich en open ruimte op zijn eigen ooghoogte om in weg te duiken. Dat is precies waarom het ertoe deed dat hij er was. Hij kwam niet voor de bomen. Hij kwam omdat de bomen hem iets gaven om in te verdwijnen.
Daarna volgde de rest. Aardvarkens die ’s nachts hun gaten graven, parelhoenders, frankolijnen. Niemand heeft ze uitgezet en niemand heeft ze gelokt. Ze kwamen terug omdat er weer iets te halen viel.
Wat er nu staat
De bomen die we toen geplant hebben, staan er nog. Waar harde aarde lag is nu schaduw, en de dieren zijn gebleven.
Wat dit ons geleerd heeft, is dat terugbrengen veel langzamer gaat dan kapotmaken. En dat het kan.
Wat we er nu doen
Op datzelfde stuk land zijn we aan het bouwen. Een kleine plek om te slapen, met hetzelfde uitzicht over de vallei en op heldere ochtenden de berg erboven.
Daar vertellen we later meer over. Voor nu is dit het deel dat telt, het land was kaal toen we begonnen, en we bouwen op grond die we eerst hebben teruggebracht.
De dik-dik is er nog. Dat is de maat waarmee we meten.











