Gevaarlijke dieren in Tanzania en op Zanzibar
Onze drie kinderen zijn hier opgegroeid. Ze lopen op blote voeten door de tuin, ze zetten hun eigen tent op en ze stoken vuur. Dat is het eerlijkste antwoord op de vraag die je nu aan het stellen bent. Wij wonen sinds 2009 in Moshi, aan de voet van de Kilimanjaro, en in al die jaren is het nooit gegaan zoals mensen vrezen. Niet omdat er hier geen gevaarlijke dieren zijn, want die zijn er. Maar omdat de dieren waar je bang voor bent bijna nooit de dieren zijn waar je rekening mee moet houden.
Hieronder staat per diersoort wat er werkelijk is, hoe groot de kans is dat je het tegenkomt, en wat je doet als dat gebeurt. Voor Tanzania en voor Zanzibar apart, want dat zijn twee verschillende verhalen.
De gevaarlijkste dieren zijn niet de dieren die je vreest
Bijna iedereen die voor het eerst naar Tanzania komt, is het meest bang voor leeuwen, luipaarden of cheeta's. Dat is logisch, want dat zijn de dieren die je op televisie ziet jagen.
In de praktijk komt het gevaar uit een heel andere hoek. De leeuw ligt vijfentwintig meter van je jeep te slapen en doet niets. Het dier waar je wel iets aan moet doen weegt minder dan een gram en zoemt.
Dat is geen trucje om je gerust te stellen, het is gewoon hoe het werkt. De dieren die in Afrika de meeste mensen iets aandoen zijn muggen, nijlpaarden en slangen, in die volgorde, en geen van die drie staat op het lijstje waar mensen bang voor zijn. De grote katten staan nergens in de buurt.
En er is nog een reden. De dieren waar mensen bang voor zijn, zie je vanuit een voertuig. De dieren waar het in de praktijk misgaat, kom je tegen als je loopt. Op een safari zit je in een jeep, dus het grootste deel van het risico waar je je zorgen over maakt, komt gewoon niet voor.
Verderop lees je per dier wat er wel en niet klopt. Maar als je maar één ding onthoudt, is het dit: neem je malariatabletten, en laat de rest los.
Spinnen in Tanzania
Hier gaan de meeste vragen over, en dat snappen wij. Je ziet iets op de muur van je tent dat zo groot is als je hand, en niemand heeft je verteld wat dat is.
Dus dit is wat je werkelijk tegenkomt.
De baviaanspin. Een vogelspin, harig, groot, en van alle dieren in dit stuk het meest schrikbarend om te zien. Hij leeft in een holletje in de grond en komt zelden binnen. Zijn beet doet zeer, ongeveer als een wespensteek, en hij is voor mensen niet gevaarlijk. Hij bijt ook pas als je hem oppakt, en dat is niemands plan.
De jachtspin. Groot, plat, snel, en die zit wel binnen. Op het plafond van je badkamer, achter een schilderij, tegen het tentdoek. Hij bouwt geen web, hij jaagt. Hij is volkomen ongevaarlijk en hij eet de insecten die jou 's nachts wakker houden, dus je laat hem zitten.
De zweepspin. Dit is de spin waar gasten van schrikken en waar wij om moeten lachen. Platte, brede spin met lange dunne voelsprieten, meestal in een badkamer of tegen een muur. Hij ziet eruit als iets uit een nachtmerrie en hij heeft geen gif, geen tanden en geen enkele manier om je iets aan te doen. Nul.
De weduwspin. Deze bestaat hier ook, en dit is de enige waarvan het gif er werkelijk toe doet. Klein, zwart, glanzend, meestal onder stenen, in stapels hout of in een donkere hoek van een schuur. Hij is schuw en hij zoekt geen mensen op. Beten zijn zeldzaam en gebeuren bijna altijd bij mensen die met blote handen in bouwafval of brandhout grabbelen.
Wat je in een lodgekamer of tent aantreft, is bijna altijd de jachtspin of de zweepspin. Allebei ongevaarlijk. Vraag het personeel als je hem liever buiten hebt, dat doen ze zonder er iets van te vinden.
En de standaardregel die wij thuis ook aanhouden. Schud je schoenen uit voor je ze aantrekt als ze buiten hebben gestaan.
Schorpioenen
Die zijn er, en je ziet ze bijna nooit. Ze zitten onder stenen en onder schors en ze komen 's nachts tevoorschijn.
De vuistregel die overal in Afrika opgaat: hoe groter de scharen, hoe milder het gif, en hoe dunner de scharen en dikker de staart, hoe vervelender de steek. De grote zwarte met dikke scharen die er het engst uitziet, is de minst erge.
Een steek doet zeer, vergelijkbaar met een flinke wespensteek, en gaat vanzelf over. Dezelfde regel als bij spinnen: schoenen uitschudden, en niet met je hand onder een steen.
Slangen in Tanzania
De meeste gasten zien er geen. In een week safari is de kans dat er een slang je pad kruist klein, en als het gebeurt zie je meestal een staart die verdwijnt.
Drie namen die je zult horen.
De zwarte mamba. De beroemdste en de meest gevreesde, en tegelijk een dier dat alles doet om jou te ontwijken. Hij is snel, hij is schuw en hij vlucht. De verhalen over mamba's die mensen achtervolgen kloppen niet. Wat wel klopt is dat je hem met rust laat als je hem ziet, en dat is niet moeilijk.
De pofadder. Dit is in heel Afrika de slang die de meeste beten veroorzaakt, en niet omdat hij agressief is. Hij is traag en hij vertrouwt op zijn camouflage, dus hij glijdt niet weg als jij aan komt lopen. Hij blijft liggen en jij ziet hem niet. Daarom kijk je waar je loopt, zeker in het donker en zeker op een pad met bladeren.
De boomslang. Groene slang in de takken, met gif dat er werkelijk toe doet, en tegelijk een van de schuwste slangen die er zijn. Beten komen vrijwel alleen voor bij mensen die de slang vastpakken.
Wat in de praktijk gebeurt, is dit. Slangenbeten in Afrika treffen bijna altijd mensen die op blote voeten in het veld werken of 's nachts zonder licht lopen. Niet gasten die in een jeep zitten en in een kamp slapen met een pad dat verlicht is.
En als er een slang bij het kamp is, wordt het dier verplaatst. Dat is voor de slang beter en voor jou ook, want een dier dat je met rust laat is een dier dat weggaat.
Muggen, en waarom dit het enige dier is dat telt
Hier gaat het om. Niet om de leeuw, niet om de spin.
De malariamug steekt tussen de schemering en zonsopgang. Dat is de reden dat de kampen muskietennetten hebben waar nodig, dat er in de avond gespoten wordt en dat wij je vragen lange mouwen aan te doen als de zon zakt.
Heel Tanzania en heel Zanzibar zijn malariagebied. Je neemt profylaxe. Welke tabletten bij jou passen bepaalt je eigen arts of het reizigersvaccinatiebureau, want dat verschilt per persoon.
Wat je verder over malaria moet weten, hoe groot het risico werkelijk is en wat de cijfers zeggen, staat in ons stuk over malaria.
De tseetseevlieg
De tseetseevlieg komt in delen van Tanzania voor en kan in theorie slaapziekte overbrengen. In de praktijk is dat risico voor reizigers heel klein, en sinds 2009 hebben wij er geen enkel geval van meegemaakt.
Wat je wel merkt is de steek zelf, want die doet zeer. En daar kun je iets aan doen, want de tseetseevlieg komt af op blauw en zwart. Dat is de reden dat je bij kampen van die blauw-zwarte lappen ziet hangen, dat zijn vallen die de vliegen juist wegtrekken bij de mensen vandaan.
Draag dus khaki, beige of olijf, en lange mouwen in de gebieden waar ze zitten, vooral in Tarangire en de beboste delen van de Serengeti. Kleding doet hier meer dan spray.
Nijlpaard en buffel, de dieren die je niet verwacht
Als je één ding uit dit stuk meeneemt naar een kampvuurgesprek, dan is het dit.
Het nijlpaard is in Afrika verantwoordelijk voor meer dodelijke ongelukken met mensen dan welk ander groot dier ook. Niet omdat het jaagt, want het eet gras. Maar omdat het overdag in het water ligt en er 's nachts uit komt om te grazen, en omdat het alles wat tussen hem en het water in staat uit de weg ruimt. Een nijlpaard dat zich afgesneden voelt van zijn water is het gevaarlijkste dier dat je hier tegenkomt.
Daarom word je in kampen bij een rivier 's avonds naar je tent gebracht en niet alleen gelaten. Dat is geen ceremonie en ook geen overdreven voorzichtigheid, dat is precies hiervoor.
De buffel. Tot negenhonderd kilo, onvoorspelbaar, en met de reputatie om aanvallers te omcirkelen. In een kudde zijn ze rustig. Het zijn de oude solitaire stieren die je met respect behandelt, en die staan vaak alleen in de modder met een paar koereigers op hun rug.
Vanuit een voertuig is geen van beide een probleem. Te voet is dat een ander verhaal, en dat is precies waarom je hier niet zomaar te voet gaat.
Bavianen en groene apen
Geen gevaar, wel de meest brutale dieren van het hele park.
Een baviaan snapt precies hoe een ritssluiting werkt en een groene aap pakt van je tafel wat hij pakken kan, ook als jij ernaast zit. Ze zijn er goed in en ze doen het zonder schaamte.
Wat je doet is simpel. Doe je tent dicht, ook als je maar tien minuten weg bent. Laat geen eten of tas op je veranda liggen. En voer ze nooit, want een aap die van mensen eten krijgt wordt een aap die het komt halen, en dat loopt voor de aap altijd slecht af.
En de grote vijf dan?
De leeuw, de luipaard, de olifant, de neushoorn en de buffel. De dieren waar je voor komt, en de dieren waar je bang voor bent.
Die naam komt trouwens niet uit de reiswereld, maar uit de jacht. Grootwildjagers noemden dit de grote vijf omdat het de vijf dieren waren die te voet het lastigst en het gevaarlijkst waren om te bemachtigen, en niet omdat het de grootste of de mooiste zijn. Dat het lijstje waar iedereen nu voor komt ooit is opgesteld op gevaar, zegt precies waar dit stuk over gaat. Te voet is het een ander verhaal dan vanuit een jeep.
In een voertuig zijn ze het minste probleem van allemaal. Dieren in de parken zijn generaties lang aan die jeeps gewend en ze zien het geheel als één groot object. Ze herkennen jou daar niet als apart wezen in, en ze herkennen je zeker niet als prooi.
Daarom gelden er precies drie regels, en die zijn er alle drie om die illusie in stand te houden. Blijf zitten. Ga niet staan of half uit het dak hangen als een dier dichtbij is. En doe wat je gids zegt, meteen, ook als je niet snapt waarom.
Meer is er niet. Dat de leeuw die op vijfentwintig meter ligt te slapen minder gevaarlijk voor je is dan de mug die je in de schemering niet ziet, is het vreemdste en het meest ware van deze hele pagina.
Gevaarlijke dieren op Zanzibar
Zanzibar is een ander verhaal, en dat is goed nieuws.
Hier is geen grote vijf. Geen leeuwen, geen buffels, geen nijlpaarden, geen olifanten. Het eiland heeft die dieren niet en heeft ze nooit in aantallen gehad. Wat er wel is, is een handvol dingen waar je van moet weten.
Spinnen op Zanzibar. Dit is verreweg de meest gestelde vraag over het eiland, en het antwoord is geruststellend. De spin die je ziet, en die je zeker gaat zien, is de gouden wielwebspin. Een groot vrouwtje met lange poten, in een web tussen twee bomen dat in de zon goudkleurig oplicht. Ze is indrukwekkend om te zien en ze is voor mensen ongevaarlijk. Haar beet is mild, vergelijkbaar met een bijensteek, en ze bijt alleen als je haar vastpakt. Ze hangt in haar web boven je hoofd en daar blijft ze.
In je kamer vind je dezelfde jachtspinnen als op het vasteland, en die zijn ongevaarlijk.
Zee-egels. Dit is op Zanzibar het enige dier waar je in de praktijk last van kunt krijgen, en het is makkelijk te vermijden. Op de rifplaat aan de oostkust liggen zee-egels tussen de rotsen en de zeegrasvelden. Bij laag water loop je daar overheen, en een stekel in je voetzool is vervelend en doet dagen zeer.
De oplossing is een paar waterschoenen, meer niet. Doe ze aan zodra je de rifplaat op gaat en je hebt er geen omkijken naar. Hoe het getij hier werkt en waarom de zee op de oostkust zo ver terugtrekt, lees je in ons stuk over de kusten van Zanzibar.
Haaien. Er wordt veel op gezocht en zelden over gesproken. In het water rond Zanzibar zwemmen rifhaaien, meestal witpunt- en zwartpuntrifhaaien, en als je bij het Mnemba-atol snorkelt of duikt kun je er een zien. Dat is een goed teken, want haaien betekenen een gezond rif.
Ze zijn niet geïnteresseerd in mensen en ze gaan bij je vandaan zodra je te dichtbij komt. Haaienincidenten zijn hier geen onderwerp. Waar je wel op snorkelt en duikt, en wat je er ziet, staat in ons stuk over snorkelen en duiken.
Muggen. Ook Zanzibar is malariagebied. De tabletten lopen door tijdens je strandweek, en dat is de meest voorkomende fout die mensen maken. Ze stoppen na de safari omdat het strandgedeelte niet als Afrika voelt.
De rode colobus in Jozani. De aap die je hier ziet en nergens anders ter wereld. Hij doet niemand kwaad. Wel blijf je op afstand en raak je hem niet aan, want het is een wild dier en het is bovendien een bedreigde soort die met rust gelaten moet worden.
En daarmee heb je het gehad. Geen slangen waar je op moet letten, geen roofdieren, geen grote grazers. Op Zanzibar zijn waterschoenen en je malariatabletten het hele verhaal.
Over de tabletten zelf lees je meer in ons stuk over malaria. En wie zich afvraagt hoe veilig Zanzibar verder is, op straat, in het verkeer en als je alleen reist, vindt dat in ons stuk over veiligheid op het eiland.
Wat wij zelf doen
Wij wonen sinds 2009 in Moshi, Ngomi en ik met onze drie kinderen. Ngomi is zoöloog en hoofdgids, dus de vraag welk dier gevaarlijk is komt hier aan tafel vaker voorbij dan bij de meeste gezinnen.
Wat wij doen is dit, en het is opvallend weinig.
We schudden onze schoenen uit als ze buiten hebben gestaan. We nemen een zaklamp mee als we 's avonds het erf op lopen. We laten geen eten buiten staan. En we hebben onze kinderen geleerd dat je naar een dier kijkt en er niet naartoe loopt, ook niet naar iets kleins.
Dat is het. Er staat geen hek om ons huis en er ligt geen slangenserum in de koelkast.
Wat wij in al die jaren aan dierenverhalen van gasten hebben gehoord, gaat over een zweepspin in de badkamer, en over een baviaan die er met een pak koekjes vandoor ging.
Wij stellen elke reis zelf samen en wij rijden hier zelf. Wil je zien hoe zo'n reis eruitziet, dag voor dag, met de parken, de kampen en het tempo erin, dan kun je onze voorbeeldreis downloaden.
Download de voorbeeldreis Tanzania en Zanzibar
Liever eerst even bellen, dan kan dat ook. Plan een gesprek in, dan nemen we je reis samen door.
Safari njema.